Ervaringsonderwijs in juridische opleidingen; een brug naar de samenleving
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 01-2023 |
| Number of pages | 98 |
| Publisher | Amsterdam: Universiteit van Amsterdam |
| Organisations |
|
| Abstract |
Het juridisch hoger onderwijs bevindt zich momenteel in een transitie. De rol van de hedendaagse jurist is namelijk complexer dan waar rechtenstudenten voor opgeleid worden; er ligt te veel nadruk op kennisvergaring en technische vaardigheden en te weinig op bijvoorbeeld moreel handelen, professionele identiteitsontwikkeling en multidisciplinair samenwerken. Om de kloof tussen het curriculum en de praktijk te verkleinen is bij de Universiteit van Amsterdam Amsterdam Law Practice (ALP) gestart. ALP is een ervaringsonderwijsprogramma waarbij studenten middels ervaringsgerichte onderwijsvormen als oefenrechtbanken, rechtswinkels, clinics en stages leren hun kennis toe te passen op (levens)echte casuïstiek, de mogelijkheid krijgen verscheidene beroepsrollen aan te nemen en geacht worden te reflecteren op hun maatschappelijke taak. Het idee achter ervaringsonderwijs — ‘leren door te reflecteren op ervaringen’ — is dat studenten beter voorbereid worden op hun professionele rol door (tijdens de studie) zelf te ervaren hoe het is om zelf als professional te handelen.
Door de coördinatoren van ALP is samenwerking gezocht met onderwijswetenschappers van het onderzoeksinstituut Child Development and Education van de Universiteit van Amsterdam. Hen is gevraagd het programma vanuit onderwijswetenschappelijk perspectief te onderzoeken. Ook is omwille van kenniskruisbestuiving samenwerking gezocht met juridische opleiders van Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA), organisaties die al geruime tijd ervaringsgericht juridisch onderwijs aanbieden. Deze samenwerking kreeg gestalte in een door NRO gefinancierd onderzoeksconsortium, opgericht rondom de vraag hoe ervaringsonderwijs kan bijdragen aan het beter voorbereiden van rechtenstudenten op de rollen die juristen vervullen in de hedendaagse maatschappij. Om deze vraag te beantwoorden is een viertal studies uitgevoerd: 1. Een systematische reviewstudie waarin empirische studies over de relatie tussen ervaringsgerichte leeromgevingen en (generieke) leeruitkomsten zijn geanalyseerd De review laat zien dat verschillende vormen van ervaringsonderwijs in de literatuur geassocieerd worden met verschillende leeruitkomsten. Case-based en problem-based leeromgevingen lijken vooral bij te dragen aan cognitieve leeruitkomsten, service/project-based en simulation-based leeromgevingen aan affectieve leeruitkomsten en service/project-based leeromgevingen aan sociaal-communicatieve leeruitkomsten. Cognitieve en affectieve leeruitkomsten worden het vaakst onderzocht, sociaal-communicatieve en meta-cognitieve leeruitkomsten minder vaak. Deze literatuurstudie maakt duidelijk dat er nog veel te onderzoeken valt als het gaat om ervaringsonderwijs. Er is weinig tot geen empirisch onderzoek gevonden dat gekeken heeft naar het effect van ervaringsonderwijs in de Nederlandse en/of juridische context; het meeste onderzoek is verricht in de Verenigde Staten en in het medische domein. De hoeveelheid en kracht van pleidooien voor dit type onderwijs in de afgelopen jaren staat in sterk contrast tot de omvang van het onderzoek dat is verricht om deze pleidooien empirisch te onderbouwen. 2. Een interviewstudie waarin UvA- en HvA-rechtenstudenten geïnterviewd zijn om te onderzoeken hoe ervaringsonderwijs bijgedragen heeft aan hun professionele identiteitsontwikkeling Professionele identiteitsontwikkeling is zowel een initiatieproces in een professionele gemeenschap als een zoektocht naar een manier om de collectieve normen en waarden (en plichten) van een beroepsgroep te verenigen met individuele voorkeuren. Het hebben van een sterk bewustzijn van de eigen professionele identiteit is belangrijk omdat het individuen in staat stelt betekenis te geven aan hun werk en prudent gedrag bevordert. Om de veronderstelling dat ervaringsonderwijs kan bijdragen aan het ontwikkelen van een professionele identiteit empirisch te onderzoeken zijn UvA- en HvA-rechtenstudenten geïnterviewd (N=42). Hen is gevraagd naar de bijdrage van ervaringsgerichte juridische cursussen aan hun persoonlijke en professionele ontwikkeling en welke kenmerken van de cursus het meest hebben bijgedragen aan hun ontwikkeling. De conclusie is dat ervaringsonderwijs professionele identiteitsontwikkeling kan bevorderen en dat verschillende (ervaringsgerichte) activiteiten verschillende dimensies van professionele identiteit aanspreken. Ervaringsonderwijs dat gericht is op praktijkvaardigheden (bijvoorbeeld pleitoefeningen) lijkt het sterkst bij te dragen aan de ontwikkeling van dimensies als motivatie en self-efficacy. Ervaringsonderwijs dat gericht is op het uitoefenen van een bepaalde rol (zoals een clinic) spreekt dimensies als zelfbeeld en taakopvatting het sterkst aan. Duidelijk is dat in alle gevallen de docent een sleutelrol speelt. Of het nu het creëren van een veilige omgeving betreft, het geven van praktische tips of het stimuleren van reflectie, de docent bleek in veel gevallen bepalend voor de mate waarin studenten in staat waren hun ervaringen om te zetten in duurzame (zelf)kennis. 3. Een vragenlijststudie waarin onderzocht is hoe goed afstuderende/afgestudeerde UvA- en HvA-alumni zich voorbereid voelen op hun rol als jurist en of dit gerelateerd kan worden aan het (ervarings)onderwijs dat zij genoten hebben Voor deze studie is aan afstuderende of (net) afgestudeerde UvA- en HvA-rechtenstudenten (N=411) gevraagd in hoeverre zij zich voorbereid voelen om als juridische professional aan de slag te gaan. Vervolgens is geanalyseerd of en in hoeverre er een relatie is met het gevolgde ervaringsonderwijs. Voor dit onderzoek is echter geen relatie gevonden tussen de mate waarin ervaringsonderwijs is gevolgd en professionele identiteit (9 items), self-efficacy als jurist (4 items) of in hoeverre de studenten zich in het algemeen voorbereid voelen als jurist (1 item). Daarbij valt op dat alle studenten relatief hoge scores toekenden; ook de controlegroep met studenten die geen ervaringsonderwijs genoten heeft scoorde hoog op professionele identiteit en self-efficacy. Wel zijn op groepsniveau verschillen gevonden in de mate waarin studenten bewust zijn van de ethische component van het beroep en de beroepsrol die ze voor ogen hebben, waarbij met namelijk Nederlandstalige mannelijke studenten beneden gemiddeld scoren ten opzichte van de overige groepen (vrouwelijk en/of niet-Nederlandstalig). Daarnaast blijken internationale studenten de beroepspraktijk met minder (zelf)vertrouwen tegemoet te treden dan Nederlandstalige studenten. De uitkomsten van deze studie suggereren dat een one-size-fits-all benadering voor ervaringsonderwijs waarschijnlijk niet voldoende is om studenten optimaal voor te bereiden op een rol als jurist. Hiervoor zijn (ook) meer gepersonaliseerde interventies nodig, waarbij rekening wordt gehouden met bepaalde studentkenmerken. 4. Een interviewstudie waarin docenten reflecteerden op de online vormen van ervaringsonderwijs die zij gegeven hebben tijdens de periode van thuisonderwijs als gevolg van de COVID-19 pandemie De plotselinge overgang naar online onderwijs als gevolg van de COVID-19 pandemie riep de vraag op naar de mogelijkheden van online ervaringsonderwijs. Online onderwijsvormen kunnen bovendien ook didactische voordelen hebben ten opzichte van onderwijs op locatie, zoals plaats- en tijdonafhankelijk leren. De vraag naar de mogelijkheden van online ervaringsonderwijs is ook relevant omdat de toekomst van de jurist zich naar verwachting voor een deel online zal afspelen. Studenten moeten hier dan ook op voorbereid worden. Aan de hand van interviews met juridische opleiders van de UvA, HvA en SSR (N=17) is onderzocht welke mogelijkheden online vormen van ervaringsonderwijs (niet) bieden. De resultaten suggereren dat leeractiviteiten gericht op kennisoverdracht en het aanleren van technische competenties, waarbij docenten hoofdzakelijk een instruerende rol aannemen en interactie beperkt is, online te organiseren zijn met vergelijkbare kwaliteit als onderwijs op locatie. Voor leeractiviteiten gericht op het bevorderen van affectie jegens het beroep geldt dat niet. Docenten worstelden om levensechte online activiteiten te ontwerpen die studenten uit de eerste hand laten ervaren hoe het is om als jurist te handelen. De online alternatieven werden als minder rijk beschouwd. Ook vonden docenten het lastig om studenten adequaat op afstand te ondersteunen bij activiteiten waar studenten veel begeleiding bij nodig hebben. Effectieve online begeleiding vereist eenduidige afspraken (vooraf) en een duidelijke begeleidingsstructuur. Tot slot hadden docenten moeite met het stimuleren van rijke online (groeps)discussies en reflectieopdrachten in een online omgeving. Dit laatste illustreert hoe ondersteuning van docenten onontbeerlijk is om een gedeeltelijke transitie naar online onderwijsvormen succesvol te laten verlopen. Concluderend laten deze studies naar juridisch ervaringsonderwijs zien dat deze onderwijsvorm veel potentie heeft om bij te dragen aan een optimale voorbereiding van rechtenstudenten op een rol als jurist in de complexe hedendaagse maatschappij. Het is hierbij belangrijk in oogschouw te nemen dat er vele vormen van ervaringsonderwijs zijn, die meer of minder geschikt zijn om bepaalde leerdoelen te realiseren. Het is daarom belangrijk dat onderwijsontwikkelaars bij het ontwerpen van ervaringsonderwijs stilstaan bij de beoogde doel(en) van het onderwijs heeft en de vraag welk soort leerervaringen hieraan bij kunnen dragen. |
| Document type | Report |
| Language | Dutch |
| Downloads |
230131 Eindrapportage_NRO_Ervaringsonderwijs publicatieversie
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |
