Rb. Midden-Nederland (rolnummer 317239\HA ZA 11-2023 LH 4059, LJN LJN BZ6242: Waadi (oud) geeft geen conflictregel bij botsende cao’s, vertrouwen gewekt dat Schoonmaak-CAO en niet Uitzend-CAO wordt toegepast)

Open Access
Authors
Publication date 2013
Journal Jurisprudentie Arbeidsrecht
Article number 118
Volume | Issue number 2013 | 7
Pages (from-to) 849-859
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Hugo Sinzheimer Instituut (HSI)
Abstract
CSU verricht schoonmaakwerkzaamheden voor opdrachtgevers. Daarbij maakt zij mede gebruik van uitzendkrachten. Kompas stelt als uitzendbureau schoonmaakpersoneel ter beschikking. Tussen partijen is op 1 april 2002 een raamovereenkomst tot stand gekomen, die daarna tweemaal is vernieuwd. In de overeenkomsten is bepaald dat de uitlener zich verbindt om jegens de inlener alle voorschriften, bepalingen, besluiten, collectieve arbeidsovereenkomsten en door de bevoegde instanties vastgestelde loonregelingen na te leven. In de periode van 1 april 2008 tot en met 31 december 2009 was CSU gebonden aan de Schoonmaak-CAO 2008-2009 en in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 aan de Schoonmaak-CAO 2010-2011. In de periode van 25 juni 2009 tot en met 27 maart 2011 zijn de bepalingen van de Uitzend-CAO 2009-2011 algemeen verbindend verklaard. Kompas viel binnen de werkingssfeer van deze cao. Het is CSU gebleken dat Kompas de Uitzend-CAO toepast. CSU vordert een verklaring voor recht dat Kompas in 2009 en 2010 het loon op basis van de Schoonmaak-CAO diende te betalen.

De rechter dient te beoordelen of Kompas verplicht was haar arbeidskrachten te belonen overeenkomstig de Schoonmaak-CAO 2008-2009 en 2010-1011, ook nu bepalingen van de Uitzend-CAO 2009-2011, op grond waarvan aan de uitzendkrachten een lager loon toekwam, in die periode algemeen verbindend waren verklaard. Nu het gaat om het ter beschikking stellen van arbeidskrachten in de zin art. 1 Waadi, is art. 8 van deze wet van toepassing zoals deze vanaf 1 juli 1998 luidde, hierna: Waadi (oud). De wetgever heeft niet de bedoeling gehad te regelen welke cao moet worden toegepast in de situaties zoals omschreven in art. 8 lid 2 en 3 Waadi (oud). De wetgever heeft geoordeeld dat deze aangelegenheid "tot het private domein" behoort en daar moet worden opgelost. Aan een keuze door de wetgever voor een cao staat ook de in de internationale verdragen gewaarborgde vrijheid van collectief onderhandelen in de weg. De wet geeft derhalve geen conflictregel aan de hand waarvan moet worden bepaald welke cao voorrang heeft. Hier zijn afspraken gemaakt in de raamovereenkomst. Deze bepalingen dienen te worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-norm. Dat leidt tot de conclusie dat de toepassing van de inlenersbeloning volgens de Schoonmaak-CAO slechts dan geen toepassing vindt, indien de Uitzend-CAO daaraan in de weg staat. CSU heeft er op mogen vertrouwen dat de Schoonmaak-CAO werd toegepast. Kompas heeft dan ook de raamovereenkomst overtreden. Daarbij wordt Kompas tevens veroordeeld om aan CSU een boete te betalen van € 10.000,=.

NB. Hier deed de uitlener een beroep op toepassing van de inleners-cao. Vaak is het de werknemer die het hogere loon vordert. In de rechtspraak bestaat onduidelijkheid of ook de werknemer het hogere loon kan vorderen of alleen de uitlener/inlener. Zie over deze vraag en over art. 8 Waadi in het algemeen: «JAR» 2012/24, «JAR» 2007/199 en «JAR» 2005/66.

Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatarbeidsrecht.sdu.nl/link/JUR/JAR/2013/118
Downloads
jar_2013_118_met_noot_van_j__zwemmer.pdf (Final published version)
Permalink to this page
Back