Nederlandse rechter onbevoegd vanwege buitenlands arbitragebeding

Open Access
Authors
Publication date 03-04-2026
Journal Jurisprudentie Arbeidsrecht
Case Number ['11416234\\EA VERZ 24-1128']
Article number 76
Volume | Issue number 35 | 5
Pages (from-to) 860-864
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies (AIAS)
Abstract
Arbitrage in arbeidsgeschillen: hoe ver reikt de contractvrijheid?

De kantonrechter Amsterdam verklaart zich onbevoegd in een zaak tussen een in Nederland werkzame werkende en haar Amerikaanse opdrachtgever, omdat partijen in 2017 een arbitragebeding overeenkwamen met San Diego als arbitrageplaats. Ondanks contractwijzigingen nadien bleef het oorspronkelijke arbitragebeding van kracht. Of sprake was van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht, kon naar het oordeel van de rechter in het midden blijven omdat de bevoegdheidsvraag zelfstandig moet worden beoordeeld en de kwalificatievraag daarbij geen voorvraag is.

In zijn noot bij deze uitspraak gaat Johan Zwemmer in op de gelaagdheid van het leerstuk van arbitrabiliteit en de positie van de werknemer. Arbeidsrechtelijke geschillen zijn arbitrabel, maar is het wenselijk dat werknemers zonder aanvullende waarborgen gebonden kunnen worden aan een buitenlands arbitrageregime? Het EVRM biedt daarvoor geen handvat en het IPR-kader van art. 10:166 BW laat in internationale verhoudingen nauwelijks ruimte voor een aanvullende redelijkheidstoets. Wie méér bescherming voor werknemers wenselijk acht, moet dus bij de wetgever of cao-partijen aankloppen.
Document type Case note
Language Dutch
Published at
https://opmaat.sdu.nl/content/p1-1144306 (Final published version)
Downloads
Permalink to this page
Back