Doorlening, toezicht en leiding en de uitzendovereenkomst
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 01-2018 |
| Journal | ArbeidsRecht |
| Article number | 2 |
| Volume | Issue number | 2018 | 1 |
| Pages (from-to) | 8-12 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In zijn arrest van 12 september 2017 oordeelt het Hof Amsterdam dat de doorlener ten opzichte van de werkgever kwalificeert als de derde ex artikel 7:690 BW onder wiens toezicht en leiding de werknemer zijn arbeid verricht. In deze bijdrage worden de overwegingen besproken op basis waarvan het hof tot dit oordeel komt en wat hiervan de gevolgen kunnen zijn voor werknemers die via een doorlener ter beschikking worden gesteld aan een uiteindelijke inlener. Daarbij wordt ook ingegaan op het op 23 november 2017 door drie oppositiepartijen ingediende initiatiefwetsvoorstel ter regulering van payrolling. Tot slot wordt aandacht besteed aan de wijze waarop het hof invulling geeft aan de overwegingen van de Hoge Raad in het Care4Care-arrest bij de kwalificatie van de werkgever in een doorleensituatie met behulp van een payrollbedrijf.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CF5BCF&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Downloads |
Doorlening, toezicht en leiding en de uitzendovereenkomst
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |