Ktr. Rb. Midden-Nederland zp Amersfoort (rolnr. 3741693 AC EXPL 15-39 JES/1267: Oproepovereenkomst = arbeidsovereenkomst, stukloon, minimumloon, redelijke productienorm, rechtsvermoeden omvang arbeidsovereenkomst)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Jurisprudentie Arbeidsrecht |
| Article number | 179 |
| Volume | Issue number | 2015 | 10 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De werkgever verkoopt handgemaakte sieraden. De werkgever is met de werkneemster een oproepovereenkomst overeengekomen voor de periode van 29 november 2012 tot 29 november 2013 voor het maken door de werkneemster van sieraden. Er is een beloning op stuksprijs afgesproken. Op 17 oktober 2013 heeft de werkneemster laten weten dat aan haar te weinig uren zijn uitbetaald en dat zij onder het minimumloon is betaald. De werkgever heeft de werkneemster daarna niet meer opgeroepen voor werkzaamheden. De werkneemster vordert nu achterstallig loon.
De kantonrechter stelt eerst vast dat de overeenkomst die tussen partijen is gesloten moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Er is gewerkt gedurende zekere tijd tegen beloning en de werkgever had de bevoegdheid instructies of aanwijzingen te geven. De sieraden moesten worden gemaakt op de door de werkgever aangegeven wijze. De vraag is dan of te weinig loon is betaald. Met betrekking tot de loonvordering is van belang dat stukloon is overeengekomen. In de Wet Minimumloon is bepaald dat, voor zover het loon afhankelijk is van de uitkomsten van de verrichte arbeid, voor de WML als arbeidsduur wordt aangemerkt de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de verrichte arbeid is gemoeid. In onderhavig geval heeft de werkneemster de door de werkgever genoemde bedragen per sieraad niet betwist. Evenmin heeft zij betwist hoeveel van die sieraden er ongeveer per uur kunnen worden gemaakt. Zij heeft enkel gesteld dat de werkgever de productienormen niet bekend heeft gemaakt en niet aan haar heeft verteld dat zij de norm niet haalde. De kantonrechter is in dit opzicht van oordeel dat, nu de bedragen per sieraad bekend waren, de werkneemster zelf kon uitrekenen hoeveel sieraden zij per uur moest maken om op het minimumuurloon uit te komen. De werkneemster heeft niet gesteld dat de productienorm niet haalbaar is. Het feit dat zij kennelijk onvoldoende produceerde om het minimumuurloon te bereiken, betekent niet dat de productienorm onredelijk was. De vordering met betrekking tot achterstallig loon wordt daarom afgewezen. De werkgever moet wel nog op grond van art. 7:610b BW het gemiddelde loon betalen over de laatste twee maanden van de arbeidsovereenkomst, nu het niet meer oproepen van de werkneemster moet worden aangemerkt als een opzegging en deze opzegging niet rechtsgeldig is. NB. In HR, «JAR» 2012/149 kwam een andere variant op stukloon aan de orde, namelijk normtijden. In die zaak liet de Hoge Raad het oordeel van het hof, dat het feit dat de werkneemster langer over het bezorgen van post deed dan de daarvoor door TNT berekende normtijd niet betekende dat zij recht had op loon over die extra uren, in stand. Overigens had het cassatiemiddel dit punt ook niet principieel aangevallen. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JAR/2015/179 |
| Downloads |
Stukloon, minimumloon en redelijke productienorm - JAR 2015-179
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |