Verwijzing naar ABU-cao niet voldoende voor toepasselijkheid uitzendbeding. Na einde van rechtswege hoeft uitzendwerkgever Ziektewetuitkering niet aan te vullen
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 14-11-2023 |
| Journal | Jurisprudentie Arbeidsrecht |
| Article number | 279, 283 |
| Volume | Issue number | 32 | 16 |
| Pages (from-to) | 2877-2884, 2899-2902 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Met een uitzendkracht kan worden afgesproken dat wanneer op verzoek van de opdrachtgever zijn inzet bij de opdrachtgever eindigt, ook zijn arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau automatisch eindigt. Einde opdracht, einde arbeidsovereenkomst dus. Vereist is wel dat dit ‘uitzendbeding’ schriftelijk is bedongen in de uitzendovereenkomst. De vraag is of aan dat schriftelijkheidsvereiste is voldaan wanneer het uitzendbeding in de uitzend-cao is opgenomen en die uitzend-cao van toepassing is (verklaard) op de arbeidsovereenkomst. Schriftelijk in de uitzendovereenkomst bedingen kan immers ook betekenen dat het uitzendbeding (uitdrukkelijker) moet zijn overeengekomen in de arbeidsovereenkomst tussen uitzendwerkgever en uitzendkracht.
In mijn commentaar bij kantonrechters in Arnhem en Rotterdam concludeer ik dat het uitzendbeding ook geldig is wanneer dit is opgenomen in een toepasselijke uitzend-cao. Dat is sinds 1 september 2023 echter niet meer het geval in de geldende ABU en NBBU-cao’s. Zolang dat zo blijft, moet het uitzendbeding expliciet worden opgenomen in de arbeidsovereenkomst van de uitzendkracht (en is een verwijzing naar de ABU of NBBU dus niet meer genoeg). |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://opmaat.sdu.nl/content/p1-726467 https://opmaat.sdu.nl/content/p1-726475 |
| Downloads |
JAR-279-283
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |