NJ 2022/126
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2022 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | ['C-265/19'] |
| Article number | 126 |
| Volume | Issue number | 2022 | 15 |
| Pages (from-to) | 2373-2386 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Verzoek om een prejudiciƫle beslissing ingediend door de High Court (rechter in eerste aanleg, Ierland) bij beslissing van 11 januari 2019.
Intellectuele eigendom. Naburige rechten. Gebruik van fonogrammen in de Unie. Recht van uitvoerende kunstenaars op een billijke vergoeding die wordt gedeeld met de producenten van de fonogrammen. Toepasselijkheid op onderdanen van derde staten. Voorbehouden waarvan kennis is gegeven door derde staten. Beperkingen van het recht op een billijke vergoeding die in de Unie op basis van wederkerigheid uit die voorbehouden kunnen voortvloeien voor de onderdanen van derde staten. Grondrecht op bescherming van intellectuele eigendom. Vereiste dat elke beperking bij wet wordt gesteld, de wezenlijke inhoud van het grondrecht eerbiedigt en evenredig is. Verdeling van de bevoegdheden om die beperkingen vast te stellen tussen de Unie en de lidstaten. Verdeling van de bevoegdheden in de betrekkingen met derde staten. Exclusieve bevoegdheid van de Unie. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Related publication | RAAP/PPI |
| Published at | https://new.navigator.nl/document/ide8602560c66243bda16a7d91f7f43688?ctx=WKNL_CSL_92 |
| Downloads |
NJ_2022_126
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |