RAAP/PPI
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2021 |
| Journal | Auteursrecht |
| Case Number | ['C-265/19'] |
| Article number | 2 |
| Volume | Issue number | 2021 | 2 |
| Pages (from-to) | 68-79 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Nationale implementatie van het recht op één billijke vergoeding voor mededeling aan het publiek van fonogram, te delen door uitvoerende kunstenaars en producenten (Art. 8, lid 2 richtlijn 2006/115 Verhuur- en leenrecht). Door de VS gemaakt voorbehoud op de verplichtingen uit het WPPT (WIPO Verdrag inzake uitvoeringen en fonogrammen 1996) leidt middels een reciprociteitseis in de Ierse Copyright and Related Rights act tot beperking van het recht van uitvoerende kunstenaars op een billijke vergoeding. Een dergelijke nationale regeling is niet toegestaan, aangezien de EU exclusief bevoegd is om de reciprociteitsmogelijkheden die het WPPT biedt in te roepen en dat (vooralsnog) niet expliciet heeft gedaan. Mocht de EU dat wel gaan doen, dan dient het grondrecht op bescherming van intellectuele eigendom te worden gerespecteerd. Onder andere moet op duidelijke en nauwkeurige wijze wettelijk worden bepaald in hoeverre de uitoefening van het vergoedingsrecht wordt beperkt.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Related publication | NJ 2022/126 |
| Published at | https://www.auteursrecht-online.nl/art/90-4321_Nr-2-HvJ-EU-8-september-2020-RAAP-PPI |
| Downloads |
Annotatie_Auteursrecht_2021_2
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |
