HR (nr. 12/04193, LJN BZ9156: geen onzakelijke lening indien aandeelhouderschap voortvloeit uit leningverstrekking)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 1167 |
| Volume | Issue number | 2013 | 24 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende heeft een converteerbare achtergestelde lening verstrekt aan F bv ten bedrage van € 101.550. F bv is in 2006 geliquideerd. Belanghebbende heeft zijn vordering op F bv ten laste van zijn inkomen uit werk en woning afgewaardeerd. De inspecteur heeft dit niet toegestaan. De Hoge Raad acht een afwaardering wel mogelijk. Van een onzakelijke lening is immers geen sprake in een geval waarin (i) de geldverstrekking plaatsvindt door een belastingplichtige die daaraan voorafgaand nog geen aandeelhouder van de vennootschap was en in het kader van die verstrekking door toekenning van aandelen in de vennootschap of anderszins medegerechtigd wordt tot de winst van de vennootschap en (ii) de houders van (gezamenlijk) de meerderheid van het aandelenkapitaal van de vennootschap geen geldleningen verstrekken aan de vennootschap. Alsdan is het aandeelhouderschap een hoedanigheid die voortvloeit uit de verstrekking van de lening. In het onderhavige geval is daarvan sprake. Belanghebbende kan het verlies op de lening derhalve ten laste van het resultaat brengen.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013_1167 |
| Permalink to this page | |