Rb. Breda (nr. 10/02667, LJN BP6986: belanghebbende maakt bestaan vordering niet aannemelijk: geen afwaardering)

Authors
  • W.W. Monteiro
Publication date 2011
Journal NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Article number 1197
Volume | Issue number 2011 | 22
Pages (from-to) 22-
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Belanghebbende houdt zich bezig met de handel in varkens en biggen. Veel van de betalingen aan en door belanghebbende geschieden per kas. Het kasboek wordt door de bestuurder van belanghebbende handmatig bijgehouden. De kasstaten van belanghebbende bevatten geen data of tussenliggende saldi noch zijn kwitanties of kasstortingsbewijzen bewaard. Belanghebbende heeft ten laste van haar winst een vordering afgewaardeerd, welke door de inspecteur is gecorrigeerd.
Naar het oordeel van de rechtbank dient belanghebbende het bestaan van de vordering aannemelijk te maken en is zij daar niet in geslaagd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij enige poging heeft gedaan om de gestelde vordering te innen. Evenmin valt uit de debiteurenadministratie het bestaan van de vordering af te leiden, nu de betalingen voor een groot deel in contanten geschiedden. Daar komt nog bij dat naar het oordeel van de rechtbank de kasadministratie niet zodanig betrouwbaar is dat daaruit de omvang van de contante betalingen kan worden afgeleid nu geen kwitanties of andere stukken bewaard zijn gebleven. De afwaardering van de vordering ten laste van de winst is niet mogelijk.
Document type Case note
Language Dutch
Published at
Permalink to this page
Back