Locatie onroerende zaak beslissend voor resultaat uit overige werkzaamheden 'in Nederland'
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | Fiscaal Tijdschrift Vermogen |
| Article number | 53 |
| Volume | Issue number | 14 | 11 |
| Pages (from-to) | 20-26 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad arrest gewezen in een interessante inkomstenbelastingzaak. Deze draaide om de vraag wanneer inkomsten van buiten Nederland woonachtige natuurlijke personen uit de exploitatie van Nederlands vastgoed voor de inkomstenbelasting kwalificeren als ‘resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland’. Dit is het onderdeel van de heffingsgrondslag van buitenlandse belastingplichtigen zoals opgenomen in art. 7.2 lid 2 onderdeel c Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). Al sinds de invoering van de Wet IB 2001 bestaat onduidelijkheid over de uitleg van de zinsnede ‘in Nederland’ in dit verband. Wat vormt het aanknopingspunt bij de vaststelling van deze geografische aanduiding? Moeten de werkzaamheden in Nederland zijn verricht? Of gaat het erom dat het vastgoed in Nederland is gelegen? De Hoge Raad oordeelt dat de locatie van de onroerende zaak beslissend is. Niet van belang blijkt de plaats waar de arbeid is verricht. Met deze benadering sluit de Hoge Raad aan bij de toepassing van de toewijzingsregels in het internationaal belastingrecht.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatvoorhetnotariaat.sdu.nl/nbonline/d/gen/IMPRFTV-201311556 |
| Permalink to this page | |