HR (zaaknummer 14/03601: Koperen Pan)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 379 |
| Volume | Issue number | 2015 | 43 |
| Pages (from-to) | 5079-5095 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deze erfrechtzaak gaat het om de vraag of de erfgenamen de nalatenschap stilzwijgend zuiver hebben aanvaard. Erflaatster heeft een van haar twee erfgenamen, haar zoon, bij testament benoemd tot executeur testamentair. Hij heeft die benoeming aanvaard. Op de dag van het overlijden van erflaatster hebben de twee erfgenamen (de zoon en de dochter) met hun partners een maaltijd genuttigd in een restaurant. De zoon heeft de rekening van deze maaltijd (€ 119) voldaan door middel van betaling met de pinpas van erflaatster, die was gekoppeld aan een rekening waarvan zij en haar zoon rekeninghouder waren. Bij akte van 8 april 2008 hebben de erfgenamen de nalatenschap beneficiair aanvaard. De nalatenschap heeft een negatief saldo. Verweerster in cassatie, de weduwe en erfgename van de vooroverleden zoon van erflaatster, vordert in deze procedure de hoofdelijke veroordeling van de erfgenamen (eisers tot cassatie) tot betaling van de vordering die de vooroverleden zoon van erflaatster op de nalatenschap van erflaatster heeft. Aan die vordering legt zij ten grondslag dat de erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Het hof heeft de vordering toegewezen. Daartoe heeft het overwogen dat de betaling ten laste van de nalatenschap van de kosten van de gezamenlijke maaltijd op de sterfdag van erflaatster als een daad van zuivere aanvaarding in de zin van art. 4:192 lid 1 BW moet worden aangemerkt.
Art. 4:192 lid 1 BW bepaalt dat een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, daardoor de nalatenschap zuiver aanvaardt, tenzij hij zijn keuze (voor beneficiaire aanvaarding of verwerping) reeds eerder heeft gedaan. Het antwoord op de vraag of uit de gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid de nalatenschap te aanvaarden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Wanneer er twee of meer erfgenamen zijn, hangt het in beginsel van de gedragingen van iedere erfgenaam afzonderlijk af of hij de nalatenschap zuiver heeft aanvaard. (HR 20 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1489, NJ 2014/508, m.nt. S. Perrick). Art. 1095 (oud) BW rekende tot de handelingen waaruit geen stilzwijgende (zuivere) aanvaarding van de nalatenschap mag worden afgeleid ‘al hetgeen tot de begrafenis betrekking heeft’. Het oordeel van het hof dat deze regel onder het huidige art. 4:192 lid 1 BW zijn gelding heeft behouden, is juist. Immers, handelingen die erop zijn gericht de erflater een passende uitvaart te bezorgen, strekken naar hun aard niet ertoe ten eigen bate over nalatenschapsgoederen te beschikken. Uit de omstandigheid dat een erfgenaam tot dat doel in redelijkheid gemaakte kosten ten laste van de nalatenschap laat komen, kan dan ook niet diens bedoeling worden afgeleid de nalatenschap zuiver te aanvaarden. Het antwoord op de vraag of sprake is van de hiervoor bedoelde handelingen, respectievelijk kosten, hangt af van de omstandigheden van het geval. Uitgaande van het voorgaande klaagt het middel terecht over het oordeel van het hof. Tot de handelingen die erop zijn gericht de erflater een passende uitvaart te bezorgen, kan een overleg op de sterfdag als hier aan de orde worden gerekend. Het maken van redelijke kosten daarvoor ten laste van de nalatenschap kan dan niet worden aangemerkt als een daad van aanvaarding. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | |
| Permalink to this page | |