Rb. Amsterdam (Gaat het recht om een rechtshandeling te vernietigen op grond van art. 1:89 BW over op de erfgenamen van de echtgenoot die de rechtshandeling had kunnen vernietigen?)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | JBN : Juridische Berichten voor het Notariaat |
| Article number | 26 |
| Volume | Issue number | 2009 | 19-4 |
| Pages (from-to) | 15-17 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Art. 1:88 BW koppelt de onaantastbaarheid van verschillende rechtshandelingen aan de toestemming van de handelende echtgenoot. Ontbreekt die toestemming, dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling vernietigen volgens de voorwaarden die art. 1:89 BW daaraan stelt. Art. 1:89 lid 3 BW bepaalt dat de vernietigingsbevoegdheid niet eindigt door het einde van het huwelijk. Betekent dit dat bij de dood van de echtgenoot die de rechtshandeling had kunnen vernietigen maar dit bij leven nog niet heeft gedaan, dit vernietigingsrecht overgaat op diens erfgenamen? En wat is rechtens als de handelende echtgenoot overlijdt? Maakt het nog verschil of de andere echtgenoot diens erfgenaam is?Aangenomen wordt dat in het eerstgenoemde geval de vernietigingsbevoegdheid niet zonder meer vererft, nu art. 1:88 BW niet ter bescherming van de erfgenamen geschreven is. In het tweede geval kan de niet-handelende echtgenoot zijn vernietigingsrecht alsnog uitoefenen, ook al is hij erfgenaam van de handelende echtgenoot en is hij als zodanig door de saisine rechtsopvolger in diens verplichtingen.
|
| Document type | Case note |
| Published at | http://opmaatvoorhetnotariaat.sdu.nl/nbonline/d/gen/IMPRJBN-2009041643 |
| Permalink to this page | |