NJ 2016/184-186
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2016 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | ['12/03239', 'C-435/12', 'C-463/12'] |
| Article number | 184-186 |
| Volume | Issue number | 2016 | 16/17 |
| Pages (from-to) | 2339-2388 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Auteursrecht. Heffing thuiskopievergoeding op digitale audiospelers en videorecorders? Door lidstaten gestelde beperkingen op reproductierechten van auteurs- en naburig rechthebbenden ten behoeve van privé gebruik; Richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn); thuiskopievergoeding in zin art. 16c Auteurswet; handelt staat onrechtmatig door in amvb’s digitale audiospelers en digitale videorecorders niet aan te wijzen als voorwerpen ten aanzien waarvan thuiskopievergoeding is verschuldigd?; ‘billijke compensatie’ in zin art. 5 lid 2 onder b Auteursrechtrichtlijn; richtlijnconforme uitleg art. 10 aanhef en onder e Wet naburige rechten en art. 16c Aw; resultaatsverplichting staat ter verzekering van billijke vergoeding. Ingrijpen rechter in procedure politieke besluitvorming? Kostenveroordeling in zin art. 1019h Rv; strijd met art. 14 Handhavingsrichtlijn?; aanhouding beslissing in afwachting antwoord HvJ EU op in HR 21 september 2012, NJ 2012/532 gestelde prejudiciële vraag.
Met art. 10, aanhef en onder e, Wet Naburige Rechten (WNR) en art. 16c Aw heeft de Nederlandse wetgever gebruik gemaakt van de in art. 5 lid 2 aanhef en onder b Auteursrechtrichtlijn geboden mogelijkheid beperkingen te stellen op het reproductierecht ten behoeve van, kort gezegd, privégebruik onder de voorwaarde dat de rechthebbenden een billijke compensatie ontvangen. Art. 10 aanhef en onder e WNR en art. 16c Aw dienen daarom te worden uitgelegd in overeenstemming met de Auteursrechtrichtlijn. Op de staat rust een resultaatsverplichting om, binnen het kader van zijn bevoegdheden, te verzekeren dat de billijke compensatie daadwerkelijk wordt geïncasseerd. Het begrip ‘billijke compensatie’ in de zin van art. 5 lid 2 onder b Auteursrechtrichtlijn is een autonoom Unierechtelijk begrip dat uniform moet worden uitgelegd in alle lidstaten die een uitzondering voor het kopiëren voor privégebruik hebben ingevoerd, ongeacht hun bevoegdheid om binnen de door het Unierecht en de door de Auteursrechtrichtlijn gestelde grenzen de vorm, de wijze van financiering en inning en het niveau van deze billijke compensatie te bepalen. Het gekozen incasseringsstelsel kan de staat niet ontslaan van de resultaatsverplichting om de benadeelde rechthebbenden daadwerkelijk betaling te verzekeren van een billijke compensatie ter vergoeding van het nadeel. Wanneer de incassering moeilijkheden oplevert, is de staat gehouden deze met inachtneming van de omstandigheden van het geval te verhelpen. Indien apparaten aan natuurlijke personen in hun hoedanigheid van privégebruikers ter beschikking zijn gesteld, volstaat de enkele omstandigheid dat met die apparaten kopieën kunnen worden gemaakt als rechtvaardiging voor de thuiskopievergoeding. Uit de resultaatsverplichting van de staat tot incassering van de billijke vergoeding vloeit voort dat ook het onvoldoende functioneren van het huidige stelsel van thuiskopievergoedingen geen valide argument kan opleveren om digitale audiospelers en digitale videorecorders niet aan een thuiskopievergoeding te onderwerpen. De rechter vermag niet in te grijpen in de procedure van politieke besluitvorming en afweging van belangen, ook van niet bij de procedure betrokken partijen, op grond waarvan algemene maatregelen van bestuur worden vastgesteld. Dit is niet anders ingeval het met deze amvb’s te bereiken resultaat vastligt op grond van een Europese richtlijn. De verklaring voor recht dat het uitvaardigen van de amvb’s jegens thans verweerders in cassatie onrechtmatig is wegens strijd met de overeenkomstig de Auteursrechtrichtlijn uit te leggen Aw en WNR, mist het karakter van een bevel wetgeving tot stand te brengen. In HR 21 september 2012, NJ 2012/532 (ACI c.s./Thuiskopie) heeft de Hoge Raad overwogen dat de aanspraken van Thuiskopie niet lijken voort te vloeien uit ‘inbreuken op intellectuele eigendomsrechten’ als bedoeld in de Handhavingsrichtlijn. De handhaving van die aanspraken door Thuiskopie kan mogelijk wel worden bestempeld als een vorm van handhaving van dergelijke rechten. De Hoge Raad heeft daarom aan het HvJ EU de vraag voorgelegd of de Handhavingsrichtlijn van toepassing is op het geding betreffende ACI c.s./Thuiskopie. Het HvJ EU heeft in die zaak nog geen uitspraak gedaan. De onderhavige zaak verschilt in zoverre van die zaak dat de verklaring voor recht mede is gevorderd door naburig rechthebbenden. Niettemin bestaan zo veel overeenkomsten tussen de zaak ACI c.s./Thuiskopie en de onderhavige zaak, dat de Hoge Raad aanleiding ziet om de beslissing aan te houden totdat het HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan in de zaak ACI c.s./Thuiskopie. Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 21 september 2012. Harmonisatie van bepaalde aspecten van auteursrecht en naburige rechten in informatiemaatschappij. Reproductie voor privégebruik. Geoorloofdheid van bron van kopie. Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Østre Landsret (Denemarken) bij beslissing van 10 oktober 2012. Auteursrecht en naburige rechten. Reproductierecht. Uitzondering. Kopiëren voor privégebruik. Reproducties vervaardigd met behulp van geheugenkaarten voor mobiele telefoons. Billijke compensatie. Vergoeding voor de dragers. Gelijke behandeling. Terugbetaling van de vergoeding. Minimale schade. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CBA550&cpid=WKNL-LTR-Nav2 http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CBA54E&cpid=WKNL-LTR-Nav2 http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CBA54F&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |