Enkele opmerkingen naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak van IS-propagandiste Yousra L: deelname aan een criminele organisatie en de interactie tussen het humanitair oorlogsrecht en het strafrecht
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2021 |
| Journal | Nederlands tijdschrift voor strafrecht |
| Article number | 62 |
| Volume | Issue number | 2 | 4 |
| Pages (from-to) | 239-246 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op 29 juni 2021 veroordeelde de rechtbank Den Haag een Nederlandse vrouw, die vanuit Nederland op sociale media materiaal van IS had gedeeld en uit Syrië afkomstige video’s waarop schendingen van het humanitair oorlogsrecht te zien waren had becommentarieerd, voor onder meer deelname aan een criminele organisatie en het oorlogsmisdrijf van aanranding van de persoonlijke waardigheid. Dit artikel gaat in op de voornoemde aspecten van de uitspraak en bespreekt de interactie tussen het humanitair oorlogsrecht en het strafrecht, specifiek ten aanzien van het geografische, temporele en persoonlijke toepassingsbereik van het humanitair oorlogsrecht.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | https://doi.org/10.5553/NTS/266665532021002004008 |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |