Cao's en overgang en de betekenis van artikel 14a Wet CAO

Authors
Publication date 03-2017
Journal ArbeidsRecht
Article number 17
Volume | Issue number 2017 | 3
Pages (from-to) 15-19
Number of pages 5
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Hugo Sinzheimer Instituut (HSI)
Abstract
Over de Wet CAO wordt wel gezegd dat de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen inmiddels zodanig veranderd zijn dat wijzigingen van de wet – die al bijna honderd jaar bestaat – noodzakelijk zijn. Veelal zien gewenste aanpassingen op het onderscheid dat de wet maakt tussen leden en niet-leden, de problematiek rond representativiteit van vakbonden en het incorporatiebeding. Hoewel kritiek op de Wet CAO al enige tijd bestaat, heeft dit niet tot wijzigingen geleid. De Wet CAO functioneert en lijkt flexibel genoeg om mee te bewegen met de veranderingen van het maatschappelijke speelveld. Het mag dan een vermolmde stoel zijn, maar het is wel een verdomd stevige stoel waarop je kennelijk nog best lekker kan neerploffen. De wetgever verdient lof voor een prachtig ontwerp; mooi door zijn eenvoud, maar dat geldt niet voor art. 14a Wet CAO, dat gaat over cao’s en de overgang van een onderneming. Art. 14a Wet CAO is pas redelijk recent (in vergelijking tot de wet zelf) aan de Wet CAO toegevoegd en de ontwerper van art. 14a Wet CAO lijkt zich onvoldoende rekenschap te hebben gegeven van de grondslagen van het systeem. Het kan ook zijn dat de formulering gewoon heel ongelukkig is gekozen. Hoe het ook zij, het huidige art. 14a Wet CAO roept in de huidige vorm voor de praktijk vooral vragen op met betrekking tot de omvang van de verplichtingen van een verkrijger. Hoe lang moet hij de cao van een vervreemder toepassen, mag hij daaruit voortvloeiende arbeidsvoorwaarden wijzigen en in hoeverre is hij gehouden zijn eigen cao op overgegaan personeel toe te passen? In deze bijdrage geef ik op die vragen antwoord.
Document type Article
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CDA40C&cpid=WKNL-LTR-Nav2
Permalink to this page
Back