Martelaarschap tussen natie en religie: politieke liefde, poëzie en zelfopoffering in Koerdisch nationalisme

Open Access
Authors
Supervisors
Cosupervisors
Award date 15-09-2010
Number of pages 321
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR) - Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA)
Abstract
Mariwan Kanie bestudeerde de wordingsgeschiedenis en de veranderende betekenissen van de notie van martelaarschap binnen het Koerdisch nationalisme van het begin van de negentiende eeuw tot het einde van de twintigste eeuw. Deze geschiedenis is samen te vatten in de transformatie van martelaarschap van een mystieke en passieve vorm van lijden naar een gewelddadige activistische politieke dood voor de natie en het vaderland. Naties dwingen, net als religies, zelfopofferende liefde af. Dit suggereert dat modern martelaarschap gezien moet worden als een modern fenomeen, waarin religie geïndividualiseerd en, in een bepaald opzicht, geseculariseerd wordt. Kanie onderzocht ook de transformatie van martelaarschap in een gendercontext. In de negentiende-eeuwse Koerdische literatuur is de prototypische martelaar een man die lijdt aan een onmogelijke liefde voor een vrouw. Mannen waren dus de slachtoffers van vrouwen, meer dan de heroïsche verdedigers van een natie die zichzelf niet kan verdedigen. Met de opkomst van het nationalistische discours werd het martelaarschap in eerste instantie voorgesteld als de acties van dappere mannen die zichzelf opofferen voor een Koerdische natie, in de literatuur geportretteerd als een geliefde vrouw of een zieke moeder.
Document type PhD thesis
Note Research conducted at: Universiteit van Amsterdam
Language Dutch
Downloads
Permalink to this page
Back