Onder welke omstandigheden dienen nationale voordelen als Unierechtelijke voordelen aangemerkt te worden?
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 10-12-2020 |
| Journal | Weekblad voor Fiscaal Recht |
| Article number | 225 |
| Volume | Issue number | 149 | 7361 |
| Pages (from-to) | 1530-1539 |
| Number of pages | 10 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Als gevolg van de Deense beneficial ownership-zaken dienen lidstaten de toekenning van Unierechtelijke voordelen te weigeren indien die voordelen worden ingeroepen in situaties die op grond van het Unierecht kwalificeren als fraude of misbruik. In deze bijdrage schetsen de auteurs aan de hand van de geldende jurisprudentie een theoretisch kader op grond waarvan naar hun mening beoordeeld dient te worden onder welke omstandigheden nationale voordelen als Unierechtelijke voordelen aangemerkt dienen te worden. Het geschetste theoretische kader wordt vervolgens toegepast op onderdelen van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling, waarbij de auteurs concluderen dat de huidige vormgeving van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling mogelijk onvoldoende waarborgen bevat om situaties van fraude of misbruik te bestrijden.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D479D8&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |