[Bespreking van: S. Daalder, et al. (2010) Taalwetenschap in Nederland: zestig jaar AVT (1950-2010)]

Open Access
Authors
Publication date 2011
Journal Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Volume | Issue number 127 | 2
Pages (from-to) 216-218
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR) - Amsterdam Center for Language and Communication (ACLC)
Abstract
Bespreking S. Daalder, A. Foolen en J. Noordegraaf Taalwetenschap in Nederland. Zestig jaar AVT (1950-2010)

Els Elffers, Universiteit van Amsterdam

De Algemene Vereniging voor Taalwetenschap (AVT) is op dit moment vooral bekend als organisator van de jaarlijkse Taalkunde-in-Nederland-dag (TIN-dag), een grootschalige, laagdrempelige en doorgaans zeer succesvolle lezingendag, voor menig junior-taalkundige een van de eerste podia voor presentatie van zijn/haar prille onderzoeksresultaten. Dat is niet altijd zo geweest. Nadat de AVT in 1950 werd opgericht, was de voornaamste activiteit jarenlang het organiseren van losse lezingen door taalkundigen die hun sporen al verdiend hadden.
Al in 2001, toen gevierd werd dat de AVT 50 jaar bestond, ontstond het idee van een boek over het ontstaan en de ontwikkeling van de vereniging, op basis van drie aan dit thema gewijde TIN-lezingen. Het bleef daarna jarenlang stil rond dit project, maar nu is Taalwetenschap in Nederland. Zestig jaar AVT (1950-2010) dan toch verschenen. Zoals de drie auteurs (Saskia Daalder, Ad Foolen en Jan Noordegraaf) in het voorwoord opmerken, leidde de nadering van het zestigjarig AVT-jubileum tot het "nu-of-nooit-gevoel", nodig om de publicatie daadwerkelijk af te ronden. Nog net op tijd lag er tijdens de feestelijke Grote Taaldag in Utrecht op 5 februari 2011 voor alle aanwezige leden een exemplaar gereed.
De drie delen van het boek geven samen een goed beeld van een kleinschalig maar boeiend stukje wetenschapsgeschiedenis. Eerst bespreekt Saskia Daalder de voornaamste voorloper van de AVT in Wat aan de AVT voorafging: de Nederlandsche Phonologische Werkgemeenschap. Jan Noordegraaf concentreert zich daarna in Toen de AVT werd opgericht op gebeurtenissen rond het ontstaansmoment. Tenslotte geeft Ad Foolen in Zes decennia AVT een overzicht van de ontwikkelingen sinds de oprichting. De teksten van Daalder en Noordegraaf, zijn verlucht met enkele portretfoto’s van voor het verhaal belangrijke personen. Na elk hoofdstuk volgen bijlagen (met bv. chronologische overzichten van besturen en activiteiten).
De auteurs zijn erin geslaagd Taalwetenschap in Nederland. Zestig jaar AVT (1950-2010) tot een homogeen geheel te maken. Hun aanpak is vergelijkbaar: een mix van degelijke informatie (die als het gaat om formele verenigingskwesties onvermijdelijk wat droog is), en boeiende of luchtige details over personen en gebeurtenissen.
Daalders tekst behandelt de complexe ontstaansgeschiedenis van de Nederlandsche Phonologische Werkgemeenschap, waarin naast de voortrekkersrol van de Nederlandse taalkundigen Van Wijk en Van Ginneken, de rol van de internationale linguïstiek, met name de Praagse structuralistische fonologie, cruciaal was. Taalkundigen als Jakobson en Trubetzkoy streefden vanaf 1933 naar geüniformeerde fonologische beschrijvingen van zoveel mogelijk moderne talen, waartoe landelijke organisaties nodig waren. In Nederland leidde dit uiteindelijk pas in 1939 tot de oprichting van de Nederlandsche Phonologische Werkgemeenschap, aanvankelijk als sectie van de al eerder bestaande Nederlandsche Vereeniging voor Phonetische Wetenschappen en nauw gerelateerd aan de Dialectencommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Vanuit deze Werkgemeenschap werd onder het voorzitterschap van Stutterheim de breder georiënteerde AVT opgericht.
Details over deze oprichting biedt Noordegraafs artikel. Mijlpalen op de weg erheen waren, ten eerste, een door Hellinga in 1944 opgesteld reorganisatieplan voor de Phonologische Werkgemeenschap, waarin het structuralistische gedachtegoed ook in breder verband wordt gepropageerd en, ten tweede, in 1946 een -door oorlogsomstandigheden vertraagd- vervolg in de vorm van een oproep van Hellinga om te komen tot een nieuw algemeen-linguïstisch samenwerkingsverband. Verder dan een werkgroep om de zaak nader te bestuderen (CeLiNe: "concentratie van linguïsten in Nederland") kwam het toen niet, maar vanaf 1949 is er expliciet sprake van een "omzetting" van de Phonologische Werkgemeenschap in een "Taalkundig genootschap". In 1950 is het zo ver. Een veertiental taalkundigen van diverse pluimage, vertegenwoordigers van universitaire faculteiten zowel als buitenuniversitaire instellingen (bv. lerarenopleidingen) richtte de AVT op, met Stutterheim als eerste voorzitter. Dankzij actieve werving groeide het aantal leden snel.
Foolens artikel, dat naadloos aansluit bij dat van Noordegraaf, spreekt van 320 leden na één jaar. Bijlage 1 bij zijn artikel laat zien dat het ledental sindsdien wat schommelt; in 2010 was het 410. Foolen geeft een gedetailleerd overzicht van de AVT-activiteiten door de decennia heen: in het begin lezingen (een enkele keer met buitenlandse sprekers), een informatiebulletin en onderzoekswerkgroepen. Na de "slaaptoestand" waarin de AVT begin jaren ’60 tijdelijk verkeerde, bleven aanvankelijk alleen de lezingen over. Een uitzondering op onderzoeksgebied vormde het in 1967 geïnitieerde Nederlandse woordfrequentieonderzoek, dat in 1975 het bekende boek Woordfrequenties (red. Uit den Boogaart) opleverde.
Eind jaren ’60 ontstonden er dankzij impulsen van een nieuwe generatie taalkundigen (Dik, Kraak) ook nieuwe initiatieven: de TIN-dagen (vanaf 1970), met de bijbehorende LIN (Linguistics in the Netherlands)-verslagbundels, forumdiscussies, themadagen, zomercursussen. In de jaren ’90 bleven hiervan alleen de steeds omvangrijkere TIN-dagen (inclusief de LIN-bundels) over. Maar er waren ook nieuwe initiatieven, zoals de AVT-dissertatieprijs.
Wat betreft de documenterende functie is een boek als dit natuurlijk zo goed als de bronnen waaruit moet worden geput. Uit de bijlagen (en uit enkele terloopse opmerkingen van de auteurs) blijkt dat de archieven soms lacunes vertonen. Met name geldt dit voor de jaren rond 1970: de bewuste bijlagen tonen onvolledige namenlijsten van besturen en geen geregistreerde lezingen tussen 1968 en 1973 (ik herinner me goed dat die er wel degelijk waren!). Echt jammer is het onvermeld blijven van het spectaculaire "Informatief debat over de didaktische en wetenschappelijke waarde van de transformationeel-generatieve grammatica" op 3 december 1968 in het Amsterdamse Krasnapolsky-hotel, een AVT-wapenfeit waar Saskia Daalder desondanks bij de presentatie van het boek terecht aandacht aan besteedde.
Alleen al uit de hoofdtitel Taalwetenschap in Nederland blijkt dat dit boek meer wil bieden pure AVT-documentatie. Daar is de opzet ook naar. De eerste twee van de drie hoofdstukken plaatsen het ontstaan van de AVT in een ruime historische context; bijzondere vermelding verdient in dit verband de paragraaf die gewijd is aan twee in de oorlog omgekomen leden van de Phonologische Werkgemeenschap (Van Dantzig en Dols). Ook het derde hoofdstuk, waarin de AVT zelf centraal staat, biedt een ruimer perspectief, doordat, ter vergelijking met de AVT, enkele buitenlandse zusterverenigingen worden besproken, waaronder de bekende Linguistic Society of America.
Toch blijft al deze contextualisering m.i. wat teveel beperkt tot het presenteren van meer -op zichzelf vaak boeiende of belangwekkende- feiten en feitjes, ten koste van het analyseren en het zoeken naar samenhang. Op diverse punten had er bv. verband kunnen worden gelegd tussen ontwikkelingen binnen de AVT en grootschaliger veranderingen die (taal-)wetenschappelijk Nederland in de afgelopen zes decennia heeft doorgemaakt. Iets als de AVT-dissertatieprijs is bv. ondenkbaar in de wetenschappelijke cultuur van zestig jaar geleden, maar passend in de huidige. Foolen spreekt weliswaar in één zin voorzichtig van "een type activiteit dat blijkbaar in de meer competitief wordende tijdgeest paste" (p.94), maar bij deze onuitgewerkte suggestie blijft het; bovendien is dit is het enige zinnetje van dit type in het hele boek. Ondanks dit kritiekpunt: een gedegen, informatief en soms amusant boek.
Document type Book/Film/Article/Exhibition review
Language Dutch
Downloads
350471.pdf (Final published version)
Permalink to this page
Back