| Abstract |
Het redigeren van uiterste willen kent twee belangrijke punten van aandacht. Bij het eerste aandachtspunt gaat het om het gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikkingen, dat aan het testamentaire erfrecht ten grondslag is gelegd (art. 4:42 lid 1 slot BW). Het tweede aandachtspunt heeft betrekking op de opzet van titel 4.5 BW. Deze opzet houdt in dat de bepalingen van deze titel, die de voornaamste soorten uiterste wilsbeschikkingen regelt, van dwingend recht zijn, tenzij uit een bepaling zelf blijkt dat zij van regelend recht is.
|