Geen onzakelijke lening wegens ontbreken gelieerdheid
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 07-01-2016 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 331 |
| Volume | Issue number | 2016 | 1 |
| Pages (from-to) | 32-34 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende houdt alle aandelen in dochter B bv en tezamen vormen ze een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. B bv is eind 2007 een samenwerking aangegaan met D S.A. en natuurlijk persoon E. Binnen deze samenwerking is afgesproken dat B bv een satellietcommunicatiesysteem aankoopt. Ter financiering daarvan is B bv een lening aangegaan bij E. In 2009 is de samenwerking beƫindigd en is afgesproken dat B bv geen verplichting meer heeft om de van E geleende bedragen terug te betalen. De inspecteur heeft de vrijval van de schuld aan E tot de winst van belanghebbende van 2009 gerekend. Naar het oordeel van Hof Amsterdam, 15 januari 2015, nr. 14/00464 (NTFR 2015/1161) is dat terecht. De geldverstrekking kan volgens het hof niet als een onzakelijke lening worden aangemerkt omdat van gelieerdheid tussen E enerzijds en B bv en belanghebbende anderzijds geen sprake is. De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.ndfr.nl/content/NTFR2016-331 |
| Permalink to this page | |