Schokschade en de wijze van confrontatie na het Hoogeveen-arrest: een onverhoedse toepassing in de feitenrechtspraak
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 07-2024 |
| Journal | Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht |
| Article number | 17 |
| Volume | Issue number | 2024 | 6 |
| Pages (from-to) | 125-135 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Sinds het Hoogeveen-arrest geldt voor een aanspraak op vergoeding van schokschade een gezichtspuntenbenadering. Zo is niet langer vereist dat de geschokte persoon direct geconfronteerd is met de gevolgen van het onrechtmatig handelen jegens de gekwetste of overleden persoon. Wel kan volgens de Hoge Raad een rol spelen in hoeverre een confrontatie onverhoeds heeft plaatsgevonden. De feitenrechtspraak is evenwel verdeeld over de vraag in hoeverre een confrontatie onverhoeds moet hebben plaatsgevonden voor een vergoeding van schokschade. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht welk gewicht behoort toe te komen aan dat gezichtspunt en zo wordt gepoogd nader invulling te geven aan de gezichtspuntenbenadering die de Hoge Raad sinds Hoogeveen vooropstelt.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.inview.nl/document/idaa81a14329b54699947d3e70848590f0?ctx=WKNL_CSL_87 |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |