EHRM (zaaknummer 36769/08: Ashby Donald ea/Frankrijk)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 121 |
| Volume | Issue number | 2015 | 14 |
| Pages (from-to) | 1367-1373 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Geaccrediteerde fotografen maken beeldmateriaal van Parijse modeshows beschikbaar op door hen beheerde website. Zij worden wegens auteursrechtinbreuk veroordeeld tot strafrechtelijke boetes en schadevergoeding aan modehuizen en hun beroepsvereniging.
Verzoekers beroepen zich op hun vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en op art. 7 EVRM. Klacht op basis van art. 7 kennelijk niet-ontvankelijk (§ 20-23). De beperking op de uitingsvrijheid is voorzien bij wet (§ 36). De beoordelingsvrijheid van de verdragsstaten varieert afhankelijk van meerdere factoren, waaronder of er een bijzonder belang is bij de aard van het discours of de betreffende informatie. In dit geval hebben verzoekers vooral een commercieel doel. Hoewel mode in het algemeen en haute couture shows in het bijzonder belangstelling van het publiek trekken, kan bovendien niet gezegd worden dat verzoekers met hun publicatie deelnamen aan een debat van algemeen belang (§ 39). De beperking van de uitingsvrijheid dient om de auteursrechten van modemakers te beschermen, welke rechten vallen onder de door art. 1 Eerste protocol bestreken rechten. Gezien de omstandigheden van het geval en de bijzonder ruime beoordelingsmarge waarover staten beschikken bij de afweging van door het EVRM en Protocollen beschermde rechten vormen de sancties is i.c. geen onevenredige beperking van de vrijheid van meningsuiting. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C9169B&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |