"Harde" nationale politiek en "zachte" Europese samenwerking. Heeft open coördinatie (dan toch) tanden gekregen? (1)

Authors
Publication date 2008
Journal Belgisch Tijdschrift voor Sociale Zekerheid - Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid
Volume | Issue number 50 | 1
Pages (from-to) 75-114
Organisations
  • Faculty of Social and Behavioural Sciences (FMG) - Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR)
Abstract
Recente "beoordelingen" van verschillende OMC’s hebben dit coördinatieproces afgedaan als zijnde "retorisch en goedkoop gepraat" dat "afstandelijk en irrelevant" is, of dat, erger nog, een "modieus afleidingsmanoeuvre" vormt. De auteurs zijn het niet eens met deze visie over de OMC als schoonheidswedstrijd en ze leveren empirisch bewijs dat de OMC Sociale bescherming en Sociale insluiting in België en Frankrijk steeds meer als "hefboom" wordt aangewend. Dit hefboomeffect wordt meer bepaald door middel van 5 mechanismen omgezet: (1) rationalisering van de beleidsvormen (bv. een beoordelingscultuur op gang brengen) (2) horizontale coördinatie (bv. tussen en binnen de administraties), (3) verticale coördinatie (bv. nauwere samenwerking tussen de autonome gewesten en een grotere invloed van de federale overheid), (4) wettiging (bv. door onderhandelingsargumenten te onderbouwen) en (5) participatie (bv. grotere betrokkenheid van basisorganisaties en vakbonden). Dit artikel illustreert echter ook dat er tussen België en Frankrijk, maar ook tussen de beleidsdomeinen (sociale inclusie, pensioenen) verschillen zijn in de uitwerking van deze mechanismen. De auteurs verklaren deze verschillen door te verwijzen naar uiteenlopende institutionele contexten die een invloed hebben op de mate waarin de kernactoren kiezen voor de OMC en in staat zijn om deze te "vatten". Anderzijds houdt de impact van de OMC duidelijk verband met de mate waarin de binnenlandse actoren (al dan niet) in staat waren om in de eerste plaats het Europese besluitvormingsproces te beïnvloeden ("uploading"). Zij besluiten dat de OMC dan misschien wel (nog) geen schokkende invloed heeft op het nationale socialebeleidvormingsproces in België en Frankrijk, maar er zijn doorslaggevende empirische bewijzen (gebaseerd op een veertigtal diepgaande interviews met nationale en Europese kernactoren) dat het wordt gebruikt en door vele betrokken actoren als dusdanig wordt beschouwd als een steeds belangrijker instrument voor nationale besluitvorming.
Document type Article
Published at http://socialsecurity.fgov.be/docs/nl/publicaties/btsz/2008/btsz_01_2008_nl.pdf
Permalink to this page
Back