Hof 's-Gravenhage (rolnummer 200.046.608/01, LJN BM3425: benoeming bijzondere curator)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 103 |
| Volume | Issue number | 2010 | 6 |
| Pages (from-to) | 484-488 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In geschil zijn in deze zaak de benoeming van een bijzondere curator en de persoon van de bijzondere curator.
Bij de (bestreden) beschikking van de Rechtbank ’s-Gravenhage zijn de ouders van de minderjarige van het ouderlijk gezag ontheven en is Jeugdzorg tot voogdes benoemd. Bij de bestreden beschikking is tevens ambtshalve een bijzondere curator benoemd om de minderjarige te vertegenwoordigen in de hoger beroep procedure tegen deze beschikking. Jeugdzorg verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator over de minderjarige af te wijzen. De bijzondere curator bestrijdt dit verzoek van Jeugdzorg en verzoekt dit af te wijzen. Jeugdzorg stelt dat de kantonrechter hier ten onrechte ambtshalve een beslissing heeft genomen. Volgens Jeugdzorg is er geen belangenstrijd tussen de voogdes (te weten: Jeugdzorg) en de minderjarige en is in de beschikking ten onrechte niet gepreciseerd welk concreet conflict er bestaat tussen de minderjarige en de voogdes. Bovendien, zo stelt Jeugdzorg, hebben de ouders - de aangewezen partij om dat te doen - geen hoger beroep ingesteld. Dat zo zijnde, wordt ten onrechte een nieuwe procespartij gecreëerd teneinde toch hoger beroep in te kunnen stellen, aldus Jeugdzorg. De bijzondere curator voert verweer en stelt dat ernstig moet worden getwijfeld aan de juistheid van de rapportages die hebben geleid tot de ontheffing van het ouderlijk gezag van de ouders. Het hof volgt het oordeel van de kantonrechter en passeert de stelling van Jeugdzorg dat met de benoeming van de bijzondere curator ten onrechte een nieuwe procespartij wordt gecreëerd. De figuur van de bijzonder curator is er juist voor bedoeld teneinde de minderjarige te vertegenwoordigen in plaats van diens wettelijke vertegenwoordiger. Het hof acht het hierbij van belang dat de bijzondere curator in de hoger beroep procedure een (hernieuwde) belangenafweging en heroverweging met betrekking tot de ontheffing van de ouders kan uitlokken. Hij kan zich daarbij richten op het belang van de minderjarige bij haar ouders op te groeien. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking dan ook. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatpersonenenfamilierecht.sdu.nl/link/JUR/JPF/2010/103 |
| Permalink to this page | |