| Abstract |
Op 11 juli 2014 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat de fiscale firmaproblematiek zoals die aan de orde is in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, op zijn grondvesten doet schudden. De Hoge Raad is bij deze gelegenheid na 55 jaar teruggekomen op een arrest waarmee generaties fiscalisten zijn opgegroeid, te weten HR 16 december 1959, nr. 14 092, BNB 1960/34 . In deze bijdrage onderzoekt dr. J.L. van de Streek de fiscale gevolgen die thans zijn verbonden aan de inbreng van een onderneming in een personenvennootschap tegen de werkelijke waarde.
|