NJ 2025/253
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2025 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | [' C-376/22'] |
| Article number | 253 |
| Volume | Issue number | 2025 | 29 |
| Pages (from-to) | 5307-5316 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgerichtshof (hoogste bestuursrechter, Oostenrijk) bij beslissing van 24 mei 2022.
Diensten van de informatiemaatschappij. Beginsel van toezicht in de lidstaat van herkomst. Afwijking van het beginsel van vrij verkeer van diensten van de informatiemaatschappij. Begrip ‘maatregelen die worden genomen ten aanzien van een bepaalde dienst van de informatiemaatschappij’. Mogelijkheid om in urgente gevallen achteraf kennis te geven van maatregelen die het vrije verkeer van diensten van de informatiemaatschappij beperken. Geen kennisgeving. Tegenwerpbaarheid van deze maatregelen. Regeling van een lidstaat op grond waarvan aanbieders van communicatieplatformen, ongeacht of zij zijn gevestigd op het grondgebied van die lidstaat, een aantal verplichtingen wordt opgelegd met betrekking tot het toezicht op en de kennisgeving van vermeend illegale inhoud. Audiovisuele mediadiensten. Videoplatformdiensten. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.inview.nl/document/idfceac65e9ac447fda80c2f92c7a046d8?ctx=WKNL_CSL_92 |
| Permalink to this page | |