EU-rechtelijke houdbaarheid van art. 13l lid 7 Wet Vpb 1969 in het licht van Argenta
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | Weekblad voor Fiscaal Recht |
| Volume | Issue number | 142 | 7023 |
| Pages (from-to) | 1318-1324 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op 4 juli 2013 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Argenta aangaande de Belgische notionele interestaftrek. Omdat eigen vermogen van een vaste inrichting, waarvan de inkomsten in Belgiƫ zijn vrijgesteld op basis van een belastingverdrag, niet in aanmerking wordt genomen voor de berekening van deze aftrek, was volgens het Hof van Justitie sprake van een ongerechtvaardigde belemmering van de vrijheid van vestiging. In deze bijdrage wordt ingegaan op de gevolgen van de zaak Argenta voor art. 13l lid 7art. 13l lid 7 Wet VPB 1969. In de eerste plaats worden Argenta en art. 13l lid 7 Wet VPB 1969 besproken. Vervolgens wordt ingegaan op de EU-rechtelijke houdbaarheid van art. 13l lid 7 Wet VPB 1969 in het licht van Argenta.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Permalink to this page | |