Concurrentie tussen huisartsen doorgeprikt
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 2003 |
| ISBN |
|
| Series | SEO-rapport, 666 |
| Publisher | Amsterdam: SEO |
| Organisations |
|
| Abstract |
Horen huisartsen thuis onder het regime van de mededingingswet? Deze wet verbiedt kartelvorming: ondernemers mogen niet met elkaar samenspannen (artikel 6 Mw). Afspraken over prijzen en het verdelen van de markt zijn verboden. De huidige praktijk onder huisartsen om op regionaal niveau afspraken te maken met de ziektekostenverzekeraars over de prijs van de huisartsenzorg is in strijd met de mededingingswet: huisartsen moeten ‘gewoon’ met elkaar concurreren. De huisartsenzorg is echter geen gewone markt en het is de vraag of concurrentie wel van de grond komt. In dit onderzoek werd daarom de volgende onderzoeksvraag beantwoord: ‘Zijn de voorwaarden aanwezig voor effectieve concurrentie tussen huisartsen?’, of anders geformuleerd, ‘Wordt het doel van de mededingingswet bereikt door huisartsen met elkaar te laten concurreren?’
De belangrijkste conclusies zijn de volgende: Gegeven de marktstructuur en regulering van prijs en aanbod voor huisartsenzorg heeft mededinging tussen huisartsen geen maatschappelijke meerwaarde. De transactiekosten nemen toe, zonder dat er economische voordelen door betere allocatie en grotere innovatie ontstaan. Indien de tarievenstructuur van huisartsenzorg wordt vrijgegeven (beëindiging van het Ctg-regime), dan biedt mededinging tussen huisartsen wel maatschappelijke meerwaarde. Aannemelijk is dat dan, zeker aanvankelijk, de huisartsentarieven zullen stijgen, vanwege de marktverhoudingen (lokale schaarste) en vanwege de verwerking van transactiekosten. Er zal echter ook nieuw aanbod worden uitgelokt en de allocatie zal verbeteren. Vrije prijsvorming kan ook tot een eenvoudiger tariefstructuur leiden, indien de marktpartijen daar baat bij hebben. Wil marktwerking tot maatschappelijke meerwaarde leiden, dan zal extra aanbod van huisartsendiensten uitgelokt moeten worden. Verhoging van tarieven draagt daar toe bij, daarnaast is het mogelijk dat nieuwe organisatievormen en taakinvulling (taakafsplitsing) het schaarse aanbod corrigeren. De marktverhoudingen zijn echter, zeker op de korte termijn en op lokaal niveau, onevenwichtig. Enerzijds is er een sterke concentratie van verzekeraars, anderzijds is er schaarste aan huisartsen en zijn er overstapkosten voor patiënten. Op welke resultaten onderhandelingen in een verder gedereguleerde markt zullen uitlopen is ongewis. Ook is het ongewis welke gedragsveranderingen worden uitgelokt, in het bijzonder of taakafsplitsing dan wel doorverwijzen naar de tweede lijn vaker voor zal komen. Tot slot is het ongewis hoe de verzekeringsmarkt zich zal ontwikkelen - mede doordat de beleidsdiscussie hieromtrent nog niet tot besluitvorming heeft geleid. |
| Document type | Report |
| Permalink to this page | |