Rb. Den Haag (zaaknr. C/09/295247 / HA ZA 07-2973: Staatsaansprakelijkheid, internationaal recht, toerekening)

Authors
Publication date 2014
Journal Rechtspraak Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht
Article number 93
Volume | Issue number 2014 | 11
Pages (from-to) 858-860
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
De VN-enclave Srebrenica viel in juli 1995. Dutchbat had de opdracht de enclave te beschermen. Na de val van de enclave werden duizenden moslimmannen uit de enclave weggevoerd en vermoord.
Ongeveer zesduizend nabestaanden van de slachtoffers, verenigd in de Stichting Mothers of Srebrenica (‘de Stichting’) en een aantal individuele eiseressen (‘de Moeders’) stellen de Nederlandse Staat aansprakelijk voor de genocide op de mannen. Zij stellen daardoor schade te hebben geleden.
In een eerdere procedure tegen zowel de VN als de Staat oordeelden de Hoge Raad en het EHRM dat aan de VN immuniteit toekomt, ongeacht de ernst van de verwijten die door de Stichting aan de VN worden gemaakt. De Staat kan zich niet beroepen op immuniteit.
De Stichting eist een verklaring voor recht dat de Nederlandse Staat (i) jegens de Stichting toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis, (ii) jegens de Stichting onrechtmatig heeft gehandeld en (iii) haar verplichtingen om genocide te voorkomen heeft geschonden.
Rb.: De Staat is aansprakelijk uit onrechtmatige daad voor de schade die de Moeders van Srebrenica hebben geleden voor zover het de deportatie betreft van de mannelijke vluchtelingen die zich op de compound van Dutchbat in Potočari bevonden aan het eind van de middag van 13 juli 1995. Zij werden door Dutchbat van de compound gestuurd en vervolgens door de Bosnische Serviërs weggevoerd en daarna gedood. Het is een groep van ongeveer 320 mannen, waaronder Rizo Mustafić en de vader en de broer van Nuhanović. Op hen hebben de uitspraken van de Hoge Raad inzake Nuhanović en Mustafić betrekking. De aansprakelijkheid van de Staat strekt zich uit tot de gezinsleden van deze mannen, waarbij als uitgangspunt geldt: de echtgenoten en kinderen van de volwassen mannen en de ouders van de minderjarige mannen.
De Staat is in de zaak Nuhanović (HR 6 september 2013, RvdW 2013/1037) aansprakelijk gehouden voor de schade die Nuhanović heeft geleden als gevolg van het wegvoeren van zijn volwassen broer Muhamed. Dit is geen reden om de hiervoor bedoelde kring van personen jegens wie de Staat aansprakelijk is te verruimen.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C7FE4C&cpid=WKNL-LTR-Navigator
Permalink to this page
Back