ABRvS (rolnummer 201406900/1/V6: [Vergunningvoorschrift voor een Turkse brood- en banketbakker])
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Jurisprudentie Vreemdelingenrecht |
| Article number | 236 |
| Volume | Issue number | 2015 | 11 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De Raad van Bestuur (RvB) heeft aan De Bakkerij een tewerkstellingsvergunning (TWV) verleend ten behoeve van de vreemdeling voor het verrichten van arbeid als Turkse brood- en banketbakker. Hieraan is een voorschrift als bedoeld in art. 10 sub a en d Wav verbonden. De RvB heeft tevens medegedeeld dat na afloop van de geldigheidsduur van de TWV een nieuwe vergunning kan worden verleend voor een periode van maximaal zes maanden en dat deze vergunning niet voor verlenging vatbaar is. Tegen deze mededeling heeft de vreemdeling met succes beroep ingesteld. De RvB ging hiertegen in hoger beroep.
Vóór de inwerkingtreding van de standstill-bepaling van Besluit 2/76 onderscheidenlijk Besluit 1/80 ingevolge Wav 1964 onderscheidenlijk WABW kon een TWV worden geweigerd, indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar was en de werkgever onvoldoende inspanningen had verricht om de arbeidsplaats door prioriteitgenietend aanbod te doen vervullen. Anders dan De Bakkerij in haar verweerschrift stelt, blijkt uit het proefschrift De regulering van arbeidsmigratie naar Nederland 1945-2006, Den Haag 2007 van T. de Lange, niet dat alle Turkse werknemers vóór de inwerkingtreding van de standstill-bepaling van Besluit 2/76 onderscheidenlijk Besluit 1/80 zonder belemmeringen toegang kregen tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Gelet op de MvT bij de Wav is met de mogelijkheid van het verbinden van voorschriften aan een TWV een alternatief geboden voor de situaties waarin een TWV zou moeten worden geweigerd. De RvB heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit een tegemoetkoming is aan de werkgever. Dit in aanmerking genomen, heeft de RvB zich terecht op het standpunt gesteld dat zich geen verboden nieuwe beperking voordoet in de zin van de standstill-bepaling van Besluit 2/76 onderscheidenlijk Besluit 1/80. De rechtbank heeft dit niet onderkend en heeft ten onrechte overwogen dat de RvB niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zich geen verboden nieuwe beperking voordoet. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JV/2015/236 |
| Downloads |
_ef______Noot T. de Lange, ABRvS 6 mei 2015, 201406900-1-V6, JV 2015-236, ve15000807
(Accepted author manuscript)
|
| Permalink to this page | |