HR 5 februari 2016: toepassing van artikel 6:23 BW op een voorwaarde?
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 03-2017 |
| Journal | JBN : Juridische Berichten voor het Notariaat |
| Article number | 11 |
| Volume | Issue number | 27 | 3 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In het verband van een overeenkomst of overdracht kunnen partijen een ontbindende of opschortende voorwaarde overeenkomen. Het theoretische uitgangspunt bij een dergelijke voorwaarde is dat geen van partijen invloed uitoefent op het toekomstige intreden of vervallen van die voorwaarde. In de praktijk hebben partijen echter veelal juist wel de mogelijkheid om het intreden of vervallen van een voorwaarde te beïnvloeden. Artikel 6:23 BW vormt dienaangaande de voornaamste beperking met betrekking tot deze partij-invloed: een beletten of teweegbrengen van het intreden van een voorwaarde in strijd met de redelijkheid en billijkheid leidt ertoe dat een voorwaarde alsnog (fictief) als ingetreden dan wel vervallen geldt. Een lastig toepasbare wetsbepaling, zo leert ook het thans besproken arrest.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at |
http://opmaat.sdu.nl/algemeen/document?id=g-SDU_JBN032017_56721
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |