Gerechtshof 's-Gravenhage (Meerderjarigenbewind, Rechterlijke toestemming voor schenking door bewindvoerder, Islamitische schenkingsplicht Zakaat)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2008 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 132 |
| Volume | Issue number | 2008 | 4/7 |
| Pages (from-to) | 575-577 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Het vermogen van een meerderjarige Marokkaan is onder bewind gesteld. De vrouwelijke bewindvoerder, door de rechter bewindvoerster genoemd, verzoekt om het verlenen van een machtiging om jaarlijks 2,5% van het vermogen te mogen verdelen over de familieleden van de rechthebbende. Dit percentage dient jaarlijks volgens de Zakaat, een Islamitische verplichting om de armen te helpen, te worden geschonken.
De kantonrechter in eerste aanleg heeft overwogen dat er geen schenkingstraditie is, zodat de gewenste machtiging niet kan worden verleend. De bewindvoerder gaat in hoger beroep en klaagt met name over het feit dat in de beschikking van de kantonrechter geen aandacht is besteed aan de beweegredenen voor de schenking. Anders dan in Nederland, waar geen verplichting om aalmoezen te geven bestaat, is deze verplichting in Marokko wel aanwezig. Maar de rechthebbende kon daar vanaf zijn puberteit niet aan voldoen omdat hij zelf onvoldoende vermogen had. Recentelijk heeft hij wel vermogen verworven omdat hij een groot bedrag aan schadevergoeding heeft ontvangen ten gevolge van een ernstig auto-ongeluk in 1994 waardoor hij invalide is geworden. Hij kan dus pas sinds kort aan die verplichting voldoen. Bovendien wordt zij, zoals de bewindvoerder stelt, erop afgerekend als zij niet voldoet aan die verplichting. Ook wil zij, om haar taak op een juiste wijze uit te voeren, jaarlijks € 300,= namens de rechthebbende aan behoeftigen in Marokko sturen omdat de rechthebbende niet in staat is om aan zijn vastenverplichting tijdens de ramadan te voldoen. Ook het hof stelt vast dat er geen schenkingstraditie is, terwijl de rechthebbende niet in staat is om zijn wil te bepalen. Hij had voorts voorafgaande aan het instellen van het bewind niet zelf aan zijn zakaat-verplichting voldaan. Dat hij toen wel de genoemde € 300,= als afkoopsom voor de ramadan overmaakte, leidt naar het oordeel van het hof er niet toe dat het verzoek tot het verlenen van de machtiging dient te worden toegewezen, nu dit bedrag geen betrekking heeft op de zakaat-verplichting; het betreft immers de afkoop van de vastenverplichting. De bewindvoerder heeft voorts geen bijzondere omstandigheden aangetoond waarom van dit oordeel omtrent de machtiging zou moeten worden afgeweken. Daar komt nog bij dat ten bate van de rechthebbende wellicht in de toekomst nog medische uitgaven moeten worden gedaan, waartoe zijn vermogen zal moeten worden aangesproken. |
| Document type | Case note |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2008/132 |
| Permalink to this page | |