Black Lives Matter en de ervaring van urgentie van diversiteit en inclusie aan de universiteit

Open Access
Authors
Publication date 2023
Journal B en M : Tijdschrift voor Beleid, Politiek en Maatschappij
Volume | Issue number 50 | 2
Pages (from-to) 85-92
Number of pages 7
Organisations
  • Interfacultary Research - Institute for Logic, Language and Computation (ILLC)
Abstract
Seksisme, racisme en andere vormen van uitsluiting, discriminatie en vooroordelen vinden in het hoger onderwijs net zozeer plaats als in andere domeinen van onze samenleving. Zo konden vrouwen tot het begin van de twintigste eeuw studeren noch werken aan de universiteit. Ook waren een universitaire studie en universitaire loopbaan voor velen sociaaleconomisch onbereikbaar. In de decennia na de oorlog en met name door de Mammoetwet van 1968 werden allerlei obstakels verwijderd waardoor studie en onderzoek voor alle lagen van de bevolking toegankelijk moesten worden. Zoals bekend heeft dat tot een stormachtige groei en grotere diversiteit van de universiteitsbevolking gezorgd.
Toch bleken er nog meer barrières genomen te moeten worden voordat vrouwen konden doordringen tot alle sporten van de academische ladder. Beschikbare gegevens laten zien hoe na de oorlog de groei van het aantal vrouwelijke medewerkers weliswaar gestaag maar toch heel langzaam plaatsvond. Nadat in 1990 dan toch evenveel meisjes als jongens op het vwo zaten, duurde het nog zo’n twintig jaar voordat die verhouding ook in het hoger onderwijs bereikt werd, waarbij het universitair onderwijs zo’n zeven jaar achterliep op het hbo.2
Ondertussen bleek er echter helaas sprake te zijn van een ‘leaky pipeline’, waardoor de verwachte verandering van de genderbalans gedeeltelijk uitbleef onder de medewerkers in het hoger onderwijs. Dit is onder andere sinds de jaren negentig gebleken uit de cijfers van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH).3 Mede op basis van die cijfers en van nader onderzoek hebben de meeste hogeronderwijsinstellingen de werving en selectie van personeel aangepast, alsook de loopbaantrajecten, en hebben ze andere interventies gepleegd. Deze balans is wel in positieve zin veranderd, maar laat nog te wensen over.
De uitbreiding van universitair diversiteitsbeleid naar andere dimensies dan gender blijkt ook uitdagend te zijn. Zo constateert de Inspectie van het Onderwijs: ‘Hoewel deelname en studiesucces van allochtone studenten al sinds vele jaren aandacht krijgt, blijkt uit onderzoek dat de inspectie in 2007 uitvoerde dat een integrale beleidsaanpak ontbreekt bij het merendeel van de opleidingen’ (Inspectie van het Onderwijs, 2009, 5). Een indicator van de ambitie om tot een meer integrale aanpak te komen is de aanstelling van zogenoemde universitaire diversity officers vanaf 2014, eerst door de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit Leiden. Alle andere universiteiten volgden een aantal jaren later, de Universiteit van Amsterdam
UvA) in 2017. In 2022 ben ik benoemd als centrale diversity officer, na sinds2019 voor één dag in de week diversity officer voor de faculteit Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica geweest te zijn. Het is vanuit deze positie dat ik desgevraagd een aantal overwegingen in het kader van dit themanummer wil voorleggen.
Document type Article
Note Abusievelijk genummerd vol. 14.
Language Dutch
Related publication Drawing on a Sculpted Space of Actions
Published at https://doi.org/10.5553/BenM/138900692023050002005
Downloads
Permalink to this page
Back