HR (nr. 13/01646: Hoge Raad verwijst voor vraag of percelen met bestemming golfbaan bouwterreinen vormen)

Authors
Publication date 2015
Journal NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Article number 634
Volume | Issue number 2015 | 7
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Belanghebbende heeft een aantal percelen grond verkregen met het oogmerk daarop een golfbaan aan te leggen. Voorafgaand aan de verkrijging is de grond bewerkt. Na de verkrijging van de percelen zijn ten behoeve van de aanleg van de golfbaan verschillende werkzaamheden verricht. Op later aangekochte belendende grond is een clubhuis gebouwd en is een parkeerterrein aangelegd. Volgens de inspecteur vormen, anders dan belanghebbende bepleit, de percelen geen bouwterrein, zodat overdrachtsbelasting verschuldigd is. Daarom heeft hij nageheven. Hof Den Haag heeft die naheffingsaanslag echter vernietigd, omdat volgens het hof wel sprake van een bouwterrein is, zodat de verkrijging is vrijgesteld. In cassatie houdt die beslissing echter geen stand.

De Hoge Raad stelt voorop dat bij de beoordeling of afzonderlijk geleverde onbebouwde terreinen als bouwterreinen moeten worden aangemerkt, acht moet worden geslagen op hetgeen ten tijde van de levering is beoogd met de terreinen. Niet duidelijk is volgens de Hoge Raad of het hof ook het clubhuis in de beoordeling heeft betrokken. In dat kader is van belang vast te stellen of de golfbaan enerzijds en het clubhuis anderzijds zich na gereedkomen al of niet lenen voor zelfstandig gebruik. Wanneer van zelfstandig gebruik sprake is, zijn de bewerkingen aan de percelen uitsluitend geschied met het oog op de aanleg van de golfbaan en niet mede met het oog op de bouw van het clubhuis. Of op de percelen als zodanig sprake is van bebouwing in de zin van art. 11, lid 4, Wet OB 1968 hangt af van het antwoord op de vraag of, en in hoeverre, de (op het tijdstip van de verkrijging reeds verrichte, alsmede de op dat tijdstip voorgenomen) werkzaamheden tot gevolg hebben dat op de percelen bouwwerken worden opgericht, eventueel met ‘erbij behorend terrein’. Voor de invulling hiervan geeft de Hoge Raad vervolgens een aantal criteria, waarmee het verwijzingshof aan de slag kan.

(Volgt vernietiging en verwijzing.)
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-634
Permalink to this page
Back