HR (zaaknr. 41.465, LJN AU8196: vervanging verhuurde woningen door te verhuren bedrijfsunits)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2006 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 246 |
| Volume | Issue number | 2006 | 16 |
| Pages (from-to) | 3301-3326 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende, een BV, houdt zich bezig met de verhuur van onroerende zaken. In 1997 heeft zij een pand, bestaande uit twee verhuurde woningen, verkocht en voor de daarbij behaalde boekwinst een vervangingsreserve gevormd. Naderhand kreeg zij het voornemen om te investeren in - te verhuren - bedrijfsunits. De vervangingsreserve is in 1999 afgeboekt op de stichtingskosten van die units.
HR: Blijkens de wetsgeschiedenis dient met betrekking tot het begrip vervanging een ruim standpunt te worden ingenomen (HR, BNB 2002/98c*). Gelet op het doel van de onderneming - deze richt zich op het verkrijgen van opbrengst uit het verhuren van onroerende zaken - vervullen het pand en de bedrijfsunits in de onderneming dezelfde economische functie. Bij vervanging van panden die ter belegging worden aangehouden door panden die eveneens ter belegging worden aangehouden, is tot het bedrag van de opbrengst van de vervreemding van de eerste panden geen sprake van een extra investering. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Permalink to this page | |