Rb. 's-Gravenhage (rolnummers 367014/FA RK 10-3989 en 376352/FA RK 10-7654, LJN BX1706: niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding, verstrengeling privé-vermogen met vermogen van stichting)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2012 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 109 |
| Volume | Issue number | 2012 | 6 |
| Pages (from-to) | 557-565 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden inhoudende scheiding van goederen en een periodiek verrekenbeding dat nooit is uitgevoerd. Het is onduidelijk wat tot het vermogen van partijen behoorde ten tijde van de huwelijkssluiting aangezien er geen staat van aanbrengsten voorhanden is. De feitelijke samenwoning is verbroken in 2010.
In het kader van de echtscheiding rijzen diverse geschillen. Op het terrein van het huwelijksvermogensrecht hebben de geschillen betrekking op het feit dat de vrouw teveel betaalde huishoudkosten terugbetaald wil hebben over de periode 2006-2007, aangezien zij in die periode volgens de huwelijkse voorwaarden geen bijdrage hoefde te betalen, maar dat toch heeft gedaan. De rechtbank wijst dit toe. Voorts is in geschil de afwikkeling van het niet-uitgevoerde periodieke verrekenbeding. Daarbij treden meerdere problemen op. Ten eerste is er geen staat van aanbrengsten, zodat de man niet kan bewijzen dat bepaalde vermogensbestanddelen zijn aangebracht, en daarmee niet-verrekenbaar vermogen zijn. Ten aanzien van de tegoeden op de bankrekening wordt aan de man de mogelijkheid geboden om alsnog de gegevens over de saldi ten tijde van het moment van huwelijkssluiting en de peildatum voor de afrekening te overleggen. Ten aanzien van de stichting wordt opgemerkt dat de huwelijkse voorwaarden niet aansluiten bij de feitelijke situatie ten tijde van de huwelijkssluiting, zodat de uitleg ervan problematisch is. Bovendien blijkt dat het vermogen van de man en dat van "zijn" stichting geheel door elkaar lopen. De man moet een overzicht maken van de goederen die aanwezig zijn waarbij hij moet aangeven tot welk vermogen deze behoren. Het vermogen van de stichting is uit zijn aard geen verrekenbaar vermogen. In casu doet zich niet de uitzondering voor van HR 4 mei 2007, LJN AZ7621, waar bij een stichting AK bij uitzondering werd aangenomen dat het stichtingsvermogen deels opgepotte winsten omvatte. Het betreft in de onderhavige zaak een stichting op ideële grondslag. Hoewel het niet is toegestaan dat een stichting uitkeringen doet aan bij haar werkzame personen, hebben partijen jarenlang deels van de opbrengsten van de stichting geleefd, zoals de rechtbank heeft vastgesteld. Dit doet er volgens de rechtbank niet aan af dat het stichtingsvermogen niet-verrekenbaar vermogen is. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2012/109 |
| Permalink to this page | |