NJ 2018/282-283
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2018 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 282-283 |
| Volume | Issue number | 2018 | 30/31 |
| Pages (from-to) | 4370-4390 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Ontoereikend oordeel dat door politicus in het publieke debat gedane uitlatingen onnodig grievend waren.
Bewezenverklaard is dat verdachte — gemeenteraadslid — via zijn twitteraccount en facebookpagina A — een ander gemeenteraadslid — heeft beledigd door hem een racist te noemen. Nu verdachte die uitlatingen heeft gedaan aansluitend aan een in de gemeenteraad gevoerd debat waarin hij A discriminatoir optreden verweet is ’s hofs oordeel dat de door verdachte gebezigde uitlatingen onnodig grievend zijn niet zonder meer begrijpelijk gelet op het toetsingskader uit HR 16 december 2014, NJ 2015/108, en in aanmerking genomen enerzijds het politieke debat dat de aanleiding vormde voor de uitlatingen van verdachte en anderzijds het belang van een politicus in het publieke debat zaken aan de orde te stellen, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen. Toetsingskader voor groepsbelediging door uitlatingen van een politicus ten onrechte toegepast op een niet-politicus; onbegrijpelijk oordeel dat uitlatingen niet onnodig grievend waren. Verdachte — niet zijnde een politicus — heeft in een gefilmd interview ten behoeve van een documentaire gezegd dat Arabieren fervent kontenbonkers zijn, dat ze kleine jongetjes neuken en dat dit heel normaal is in hun cultuur. Het hof was van oordeel dat die uitlatingen niet als beledigend in de zin van art. 137c Sr kunnen worden aangemerkt. Voor zover het hof daarmee tot uitdrukking heeft gebracht dat die uitlatingen, nu deze door verdachte zijn gedaan in het kader van het publieke debat, uitsluitend strafbaar zouden kunnen zijn indien deze "zodanig kwetsend [zijn] dat zij moeten worden beschouwd als aanzettend tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid" en niet indien deze uitlatingen (anderszins) onnodig grievend zijn, geeft het blijk van een onjuiste uitleg van het in HR 16 november 2914, NJ 2015/108, weergegeven beoordelingskader, in het bijzonder ook omdat het hof ten onrechte toepassing heeft gegeven aan de daarin op uitlatingen van politici toegesneden overwegingen. Voor zover het hof van oordeel was dat de uitlatingen niet onnodig grievend waren, is dat oordeel niet zonder meer begrijpelijk. Vervolg op Hof Amsterdam 9 maart 2016, NJFS 2016/89. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.ivir.nl/publicaties/download/Annotatie_NJ_282_283.pdf http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D08409&cpid=WKNL-LTR-Nav2 http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D083E9&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Downloads |
Annotatie_NJ-2018_282_283
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |