HR (nr. 12/00765, LJN BY2694: Verkregen percelen voor bouw glastuinbouwbedrijf vormen ‘bouwterrein')
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 1583 |
| Volume | Issue number | 2013 | 33 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende heeft percelen grond gekocht met de bedoeling om op het geheel een glastuinbouwbedrijf te doen verrijzen. Vóór de levering zijn de opstallen voor rekening van de verkopers verwijderd. Belanghebbende heeft slechts over een deel van de koopsom overdrachtsbelasting voldaan, omdat het grootste deel van de percelen één bouwterrein vormde. De levering ervan is volgens haar onderworpen aan omzetbelasting, waardoor zij vrijgesteld meent te zijn van overdrachtsbelasting. De inspecteur zag echter op grond van nationaal recht geen levering van een bouwterrein en heeft overdrachtsbelasting nageheven. Hof Den Haag heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. De Hoge Raad deelt de visie van het hof.
De Hoge Raad stelt - onder verwijzing naar HvJ 17 januari 2013, zaak C-543/11, NTFR 2013/276 - voorop dat voor de uitleg van het begrip ‘bouwterrein’ mede rekening moet worden gehouden met de intentie van de bij de levering betrokken partijen mits deze worden ondersteund door objectieve gegevens. In het licht van dit criterium is het oordeel van het hof dat de onderhavige grond als bouwterrein moet worden aangemerkt cassatieproof volgens de Hoge Raad. (Cassatieberoep ongegrond.) |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013_1583 |
| Permalink to this page | |