Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ABP partnerpensioen ene partner wordt verminderd met aan andere partner toekomend ABP bijzonder partnerpensioen)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 119 |
| Volume | Issue number | 2009 | 5 |
| Pages (from-to) | 590-591 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De man is gehuwd geweest met mevrouw X tussen 1962 en 1976.
Tussentijds heeft de man van 1986 tot 1990 samengewoond met mevrouw Z. In 1988 is er een samenlevingsovereenkomst gesloten tussen de man en vrouw Z. Tussen 1991 en 1995 hebben de man en mevrouw Z weer samengewoond. In 1994 heeft de man het ABP verzocht om Z als zijn partner aan te merken in de zin van art. A.5.1 Algemeen Burgerlijke Pensioenwet, (Abp-wet), waaraan het ABP gevolg heeft gegeven. In juli 1998 is Z gehuwd met de heer A. In december 1998 heeft de man Z afgemeld bij het ABP als zijn partner. In 2000 is de man hertrouwd met zijn eerste echtgenote X. Vanaf 2002 verkreeg de man ouderdomspensioen van het ABP omdat hij toen 65 jaar oud werd. De man is overleden in 2003. Met ingang van de dag na zijn overlijden is aan zijn weduwe X een partnerpensioen toegekend. Enkele dagen later heeft Z aan het ABP een kopie van het samenlevingscontract tussen haar en de man toegestuurd omdat het ABP dit kwijt was geraakt. Enkele maanden later heeft het ABP aan de weduwe X meegedeeld dat het haar toegekende partnerpensioen moest worden verminderd met het aan Z toekomende bijzonder partnerpensioen, waarmee aanvankelijk geen rekening was gehouden. De weduwe eist een verklaring voor recht dat het haar toekomende partnerpensioen niet verminderd dient te worden met het bijzonder partnerpensioen aan Z en verrekening met rente van de thans te weinig betaalde uitkeringen. De kantonrechter heeft de vorderingen van X toegewezen omdat de werking van het samenlevingscontract was beƫindigd toen de man en Z de samenleving verbraken in 1990. Toen de aanmelding bij het ABP in 1998 plaatsvond, was derhalve geen sprake van een van de vereisten, namelijk een geldig samenlevingscontract tussen de man en Z. Het hof is van oordeel dat aan alle vereisten van art. A.5.1 Algemeen Burgerlijke Pensioenwet was voldaan bij de aanmelding. Het ABP hoefde niet te toetsen of het samenlevingscontract dat werd overlegd, nog geldig was. Het ABP mocht ervan uitgaan dat die notariƫle akte die de man overlegde, de samenleving beheerste. Er was geen aanleiding om na te vragen of de samenleving soms tussentijds verbroken was geweest. Het ABP heeft derhalve terecht geoordeeld dat Z recht heeft op bijzonder partnerpensioen, en dat de uitkering aan de weduwe X daarmee verminderd wordt. |
| Document type | Case note |
| Note | LJN BI4025 |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/119 |
| Permalink to this page | |