Is correctie van het toepasselijke IPR-huwelijksvermogensrecht mogelijk op grond van de redelijkheid en billijkheid?

Authors
Publication date 11-2021
Journal JBN : Juridische Berichten voor het Notariaat
Article number 46
Volume | Issue number 31 | 11
Pages (from-to) 4-6
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
In een uitspraak van 17 januari 2020 boog de Hoge Raad zich over de vraag of de onaanvaardbaarheidsexceptie van art. 10:9 BW ook kan worden toegepast als het huwelijksvermogensregime van partijen wordt beheerst door een verdrag of een verordening, of dat de toepassing van dit artikel beperkt is tot commune huwelijken, dus huwelijken die niet worden beheerst door een verdrag of verordening. In het commentaar op deze uitspraak wordt hier nader op ingegaan.

Ook wordt aandacht besteed aan de vraag of – mocht deze correctie niet toegepast kunnen worden – wel een correctie op de materiële uitkomst van de zaak mogelijk is op grond van art. 6:2 BW (internrechtelijke redelijkheid en billijkheid) als Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing is.
Document type Article
Language Dutch
Published at https://www.ndfr.nl/content/g-SDU_JBN112021_424966
Permalink to this page
Back