Transformaties van volksmuziek van de westelijke Balkan en de Servische Octoëchos (Byzantijnse kerkmuziek) in het oeuvre van Ljubica Marić

Open Access
Authors
  • B. Čičovački
Supervisors
Award date 14-12-2017
Number of pages 540
Organisations
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR)
  • Faculty of Humanities (FGw) - Amsterdam Institute for Humanities Research (AIHR) - Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA)
  • Faculty of Humanities (FGw)
Abstract
Ljubica Marić (1909-2003) was een van de belangrijkste Servische componisten van de 20e eeuw en tegelijk ook een uitgesproken persoonlijkheid in de muziek van de 20e eeuw. Ze behoort tot de eerste generatie Servische componisten die het einddiploma compositie in Belgrado behaalde. In 1929 ging zij naar Praag om compositie te studeren bij Jozef Suk. Daar studeerde Marić ook directie bij Nikolay Malko. Haar werken uit die periode werden uitgevoerd op de festivals van hedendaagse muziek in Amsterdam en Straatsburg. Later studeerde zij microtonale muziek in Praag bij Alois Hába. Ze was professor aan de Muziekacademie van Belgrado.
Gezien de stilistische eigenschappen van Marić’ werken kan haar gehele oeuvre in vijf afzonderlijke fasen worden verdeeld: 1. Vroege fase (1928-1944); 2. Fase van de verwijde tonaliteit, klankveldtonaliteit, modaliteit en de Balkan-volksmuziek (1944/5-1955); 3. Rijpe fase of de fase van Octoëchos (1956-1967); 4. Fase van de geïmproviseerde muziek (1968-1975); 5. Laatste fase ((1976)1983-1996).
Voor het vormen van haar specifieke compositorische taal was haar derde fase de belangrijkste. Toen ontstonden haar belangrijkste composities: Songs of Space, Passacaglia en de cyclus Music of Octoëchos. De fundamentele karakteristiek van het compositorische procédé is het gebruik van melodieën van de oorspronkelijk Byzantijnse kerkgezangen (de bundel Octoëchos) als belangrijkste bron voor de vorming van melodische en harmonische componenten van eigen composities. De modale structuur van uit de middeleeuwse Byzantijnse geestelijke muziek afkomstige kerkelijke melodieën werd toen voor het eerst door een componist gebruikt voor de totale melodische en harmonische opbouw van een eigen niet-liturgisch en niet-programmatisch muziekwerk.
Document type PhD thesis
Language Dutch
Downloads
Permalink to this page
cover
Back