HvJ EU (C-245/11: K / Bundesasylamt)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 48 |
| Volume | Issue number | 2013 | 3 |
| Pages (from-to) | 490-496 |
| Organisations |
|
| Abstract |
K is uit een derde land illegaal eerst Polen en daarna Oostenrijk ingereisd en heeft zowel in Polen als Oostenrijk een asielverzoek ingediend. In Oostenrijk heeft zij zich gevoegd bij het gezin van haar meerderjarige zoon die rechtmatig verblijf heeft als vluchteling. Haar schoondochter heeft een zware handicap, lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en heeft een pasgeboren dochter. K, die over adequate beroepservaring beschikt, kan voor haar schoondochter zorgen. Het Oostenrijkse Bundesasylamt verwerpt het asielverzoek omdat Polen onder de Dublinverordening (EG 343/2003) verantwoordelijk is voor de behandeling. Polen heeft die verantwoordelijkheid aanvaard. Het Asylgerichtshof legt het HvJ de vraag voor of uit art. 15 van de Dublinverordening, de humanitaire clausule, de verplichting volgt van Oostenrijk om het asielverzoek zelf te behandelen, gelet op de relatie van afhankelijkheid tussen K en de schoondochter.
Het HvJ EU beantwoordt die vraag bevestigend. Alhoewel art. 15, eerste lid, Dublinverordening een facultatieve bepaling is die de lidstaten een ruime beoordelingsbevoegdheid toekent, volgt uit art. 15, tweede lid, een verplichting om afhankelijke familieleden samen te brengen, indien aan de voorwaarden van dat lid is voldaan, behoudens een uitzonderlijke situatie. Die verplichting kan ook ontstaan zonder een verzoek tot behandeling van een andere (de normaal "verantwoordelijke") lidstaat. Het maakt niet uit of de asielzoeker afhankelijk is van het familielid of andersom. Het begrip ‘familielid’ omvat ook schoondochters en kleinkinderen. Het HvJ EU verklaart voor recht dat in omstandigheden als die in het hoofdgeding, art. 15, tweede lid, Dublinverordening zo moet worden uitgelegd dat de lidstaat waar het afhankelijke familielid verblijft verantwoordelijk wordt voor het asielverzoek, ook al zou deze op grond van de allocatiecriteria van hoofdstuk III van de verordening niet verantwoordelijk zijn. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2013/48 |
| Permalink to this page | |
