HR (nr. 07/11237)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 273 |
| Volume | Issue number | 2009 | 21 |
| Pages (from-to) | 4635-4647 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende heeft in Duitsland 26 gebruikte personenauto’s gekocht en deze in 2003 in Nederland laten registreren in het kentekenregister. Zij heeft BPM voldaan met toepassing van de afschrijvingstabel van art. 10 Wet BPM. Tegen deze voldoening op aangifte is belanghebbende in bezwaar en vervolgens in beroep gekomen.
Hof: Voor de vaststelling van de verschuldigde BPM moet worden aangesloten bij de verkoopwaarde aan particulieren van vergelijkbare reeds in Nederland geregistreerde gebruikte auto’s. HR: Art. 90 EG verzet zich tegen de toepassing van een stelsel van belastingheffing waarbij niet wordt uitgesloten dat een ingevoerde gebruikte auto in bepaalde gevallen onderworpen is aan een hogere belasting dan de belasting die nog rust op de waarde van een gelijksoortige, reeds op het nationale grondgebied geregistreerde gebruikte auto. Wanneer een handelaar een zodanige auto koopt, zal de nog op die auto rustende BPM gelijk zijn aan een aan de door de handelaar betaalde inkoopsom evenredig gedeelte van de oorspronkelijke BPM. Deze op die auto rustende BPM wordt niet verhoogd door de eventuele marge die de handelaar bij verkoop van die auto realiseert. Indien in een geval als het onderhavige zou worden uitgegaan van de verkoopwaarde van de auto zou de marge van de handelaar in de heffing worden betrokken. Daardoor zou de heffing hoger zijn dan de BPM die rust op de evenbedoelde geregistreerde gebruikte auto. Derhalve zal voor de vaststelling van de BPM moeten worden uitgegaan van de inkoopprijs van laatstbedoelde auto. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.kluwer.nl/cl2/toc_docpopupbyIOframeset.jsp?namepopup=1288021962940&gc=WKNL-KL-PNP-96062708&scenario=tab1_96062708&link=123467098 |
| Permalink to this page | |