Een structurele personeelsbehoefte en uitzendwerk: een moeizame combinatie
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2022 |
| Journal | Arbeidsrechtelijke Annotaties |
| Case Number | ['C-681/18', 'C-232/20'] |
| Volume | Issue number | 21 | 2 |
| Pages (from-to) | 41-63 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Lidstaten zijn niet verplicht om bepaalde specifieke maatregelen te nemen om het tijdelijke karakter van uitzendwerk te waarborgen en de inzet van uitzendwerk door de inlener hoeft ook niet beperkt te blijven tot ‘ziek en piek’. Zoveel is duidelijk geworden na het JH/KG-arrest van eind 2020 en het Daimler-arrest van begin 2022 van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van (de antimisbruikbepaling van) de Uitzendrichtlijn. De ruimte voor lidstaten om het uitzendregime in vrijheid en naar eigen wensen vorm te geven is echter niet onbeperkt, want volgens het Hof volgt uit de antimisbruikbepaling van de Uitzendrichtlijn dat het lidstaten niet vrijstaat om helemaal geen maatregelen te nemen om de tijdelijkheid van uitzendwerk te waarborgen. Die beperking van de vrijheid van lidstaten roept vragen op en een aantal daarvan bespreekt de auteur in deze bijdrage. In de kern bespreekt de auteur hoe moet worden bepaald wat tijdelijk is (mede in samenhang met mogelijke misbruiksituaties), wat de rol van de rechter is bij het vaststellen van misbruik en – tot slot – of het Nederlandse uitzendregime Europa-proof is.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://doi.org/10.5553/ArA/156866392022021002003 |
| Downloads |
Een_structurele_personeelsbehoefte_en_uitzendwerk_een_moeizame_combinatie (1)
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |