EHRM (39630/09: El-Masri / Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 92 |
| Volume | Issue number | 2013 | 5 |
| Pages (from-to) | 996-1025 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Klager, de heer El-Masri, heeft Libanese ouders, is geboren in Koeweit, maar heeft de Duitse nationaliteit. Eind 2003 vertrekt hij naar Macedonië voor een korte vakantie. Aldaar wordt hij opgepakt, nadat er een verdenking is gerezen omtrent een pas uitgegeven Duits paspoort. De Macedonische autoriteiten vermoeden dat hij banden heeft met Al Qaida. El-Masri wordt overgebracht naar een hotel in Skopje, waar hij ruim drie weken gevangen zal worden gehouden, zonder dat hij wordt voorgeleid voor een rechter of toegang heeft tot een advocaat. Op 23 januari 2004 wordt hij naar het vliegveld van Skopje vervoerd en overgedragen aan een groep gemaskerde mannen die, zoals uit latere reconstructies blijkt, een speciaal CIA-team vormen. Zulke teams houden zich bezig met het ontvoeren van personen die van terrorisme worden verdacht. Per vliegtuig wordt El-Masri naar Afghanistan getransporteerd, alwaar hij ruim 4 maanden in een CIA-detentiecentrum, bijgenaamd de ‘Salt Pit’, zal worden vastgehouden. Hij wordt talloze keren ondervraagd en tijdens de verhoren regelmatig geslagen of op andere wijzen mishandeld. Ook tijdens de overdracht door de Macedonische autoriteiten aan het CIA-team is hij ernstig mishandeld. Klager gaat in hongerstaking en wordt op 28 mei 2004 uiteindelijk vrijgelaten, waarbij de CIA erkent dat ze hem ten onrechte van betrokkenheid bij terroristische activiteiten hebben beschuldigd.
Na zijn vrijlating gaat El-Masri op zoek naar rechtsherstel, maar hij krijgt aanvankelijk overal nul op het rekest. Het Amerikaanse District Court of Eastern Virginia verwerpt zijn claim die gebaseerd is op de Alien Tort Statute, omdat de praktijken van de CIA onder de categorie ‘staatsgeheim’ vallen en de Macedonische gerechtelijke autoriteiten besteden geen serieuze aandacht aan zijn aanklachten. Intussen hebben de geheime vluchten van de CIA nogal wat publieke aandacht gekregen en groeit de verontwaardiging. In het befaamde Marty-rapport van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa neemt de casus El-Masri een prominente plaats in. Het Hof komt tot het oordeel dat art. 3 EVRM tijdens drie fasen is geschonden: het incommunicado houden in het hotel leverde een zware psychische belasting op en is te kwalificeren als vernederende en onmenselijke behandeling. De behandeling voorafgaand aan de ‘extraordinary rendition’ moet worden aangemerkt als foltering, gelet op de ernst en het doel van de mishandeling. En ten slotte is Macedonië ook aansprakelijk voor de schendingen van art. 3 EVRM die in Afghanistan plaatsvonden, omdat men op basis van in het publieke domein aanwezige informatie wist dat het risico op zulke schendingen erg groot was. Op analoge wijze is Macedonië aansprakelijk voor schendingen van het recht op vrijheid en veiligheid, zoals gewaarborgd in art. 5 EVRM, tijdens de incommunicado detentie in het hotel en de vrijheidsbeneming in Afghanistan. Bovendien komt het Hof tot de slotsom dat Macedonië El-Masri’s recht op privé- en gezinsleven heeft geschonden (art. 8 EVRM) en hem een effectief rechtsmiddel in de zin van art. 13 EVRM heeft onthouden. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2013/92 |
| Permalink to this page | |