HvJ EU (nr. C-172/11: berekening van loonaanvulling in strijd met het vrije verkeer van werknemers)

Authors
  • W.W. Monteiro
Publication date 2012
Journal NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Article number 2073
Volume | Issue number 2012 | 35
Pages (from-to) 19-25
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
G. Erny, een Frans onderdaan en woonachtig in Frankrijk, is in dienstbetrekking werkzaam bij Daimler AG in Duitsland. Erny is volgens het belastingverdrag tussen Frankrijk en Duitsland grensarbeider. Zijn Duitse inkomsten in Duitsland zijn aan belasting onderworpen in Frankrijk. Per 1 september 2007 is de voltijdarbeidsovereenkomst van Erny omgezet in een overeenkomst inzake deeltijdarbeid voor oudere werknemers. Tijdens de periode van deeltijdarbeid ontvangt Erny bovenop zijn deeltijdloon een loonaanvulling. Loonaanvullingen die worden betaald aan in Duitsland belastingplichtige werknemers zijn vrijgesteld van belasting. De loonaanvulling van Erny is in Frankrijk onderworpen aan inkomstenbelasting. Bij de berekening van de loonaanvulling houdt Daimler AG rekening met fictieve Duitse loonbelasting. Daardoor is volgens Erny sprake van dubbele belasting, hetgeen volgens hem een discriminatie oplevert aangezien verschillende situaties op dezelfde wijze worden behandeld. Het Arbeitsgericht Ludwigshafen am Rhein dat over het geschil tussen Erny en Daimler AG moet oordelen, heeft het Hof van Justitie prejudiciële vragen gesteld. Het Hof meent dat het in aanmerking nemen van fictieve Duitse loonbelasting een nadelig gevolg heeft voor grensarbeiders. Werknemers die in Duitsland belastingplichtig zijn, ontvangen een bedrag dat overeenkomt met ongeveer 85% van de netto-inkomsten die zij eerder ontvingen uit hoofde van hun laatste voltijdse tewerkstelling. Daarentegen is het bedrag dat grensarbeiders ontvangen beduidend lager dan 85% van de netto-inkomsten die zij voordien ontvingen. Dit komt omdat de methode voor berekening van de loonaanvulling berust op een fictieve fiscale situatie die geen enkel verband houdt met de inkomsten die grensarbeiders eerder ontvingen. Een dergelijke regeling in individuele en collectieve arbeidsovereenkomsten zoals hiervoor omschreven, is in strijd met art. 45 VwEU en art. 7, lid 4, Vo. 1612/68. Dergelijke bepalingen zijn van rechtswege nietig. Het Hof verwerpt de door Daimler AG aangevoerde rechtvaardigingsgronden (het voorkomen van administratieve problemen en de financiële gevolgen, de autonomie van de sociale partners, het feit dat de werknemers zoals Erny vooraf zijn geïnformeerd).
Document type Case note
Language Dutch
Published at
Permalink to this page
Back