Rb. Rotterdam (zaaknr. 1419335 CV EXPL 13-5974: Onrechtmatige daad.; groepsaansprakelijkheid; immateriële schadevergoeding)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Rechtspraak Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht |
| Article number | 106 |
| Volume | Issue number | 2014 | 12 |
| Pages (from-to) | 1031-1032 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Een grote groep relschoppers belaagde de politie tijdens de strandrellen in Hoek van Holland in augustus 2009. De agenten voelden zich dusdanig bedreigd dat zij hun vuurwapen moesten gebruiken. Zij vorderen smartengeld van zeventien relschoppers die deel uitmaakten van de groep. Deze relschoppers werden eerder door de strafrechter veroordeeld voor hun aandeel in de belaging van de agenten. Er werden werkstraffen en celstraffen tot vijftien maanden opgelegd. De agenten baseren hun vordering op de door hen uitgestane doodsangst tijdens de rellen en omdat de gebeurtenis grote gevolgen voor hen heeft gehad.
Zes van de agenten vorderen daarnaast schadevergoeding vanwege een Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) dat zij overhielden aan de gebeurtenissen tijdens de strandrellen. Ktr.: Het beroep van enkele gedaagden op de niet ontvankelijkheid van eiser slaagt niet. De overige vorderingen (van eiser) worden (grotendeels) toegewezen op grond van groepsaansprakelijkheid. In de strafzaken is reeds geoordeeld dat de deelnemers, hoewel verspreid over het strand, een groep vormden. Daarbij ging het immers om dezelfde politieagenten en dezelfde groepsleden, met slechts een verplaatsing van de positie van deze politieagenten tijdens het belagen. De vergoeding van immateriële schade kan niet worden gegrond op het oogmerk in objectieve zin om schade toe te brengen maar wel op de aantasting in de persoon. Dit volgt uit de voor Nederlandse begrippen ongekende agressie jegens de politieagenten. De gewelddadigheden en de dreiging die eiser onderging als lid van een kleine en kwetsbare groep agenten, hebben op eiser (en zijn collega’s) een diepe onuitwisbare indruk gemaakt die bij eiser hebben geleid tot de bedoelde aantasting in de persoon. De gebeurtenissen overstijgen verre het stootje waar een politiefunctionaris bij de uitoefening van zijn ambt tegen moet kunnen. Eiser, en alle andere agenten, heeft recht op € 3.500 smartengeld, onder aftrek van het voorschot in de strafzaken. De kantonrechter wijst tevens de vordering ad € 2.100 op grond van PTSS toe. De veroordeelde gedaagden zijn elk hoofdelijk aansprakelijk voor het totale bedrag van de toegewezen schadevergoedingen. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C93238&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |
