Hof 's-Hertogenbosch (rolnr. HD 200.132.462/01: gebruiksvergoeding echtelijke woning; fictief rendement; consumptieve schulden met de woning als onderpand buiten berekening gelaten)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 107 |
| Volume | Issue number | 2014 | 6 |
| Pages (from-to) | 638-642 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Ter gelegenheid van de echtscheiding moet de huwelijksgemeenschap worden verdeeld. In geschil is met name de gebruiksvergoeding die de man aan de vrouw dient te betalen voor de periode dat hij het exclusieve gebruik had van de woning.
Het hof gaat uit van een fictief rendement van de woning van 4%. Daarbij is volgens het hof niet doorslaggevend de mogelijke opbrengst die via belegging van dat geld zou kunnen worden behaald, maar het hof acht van belang dat dit rentepercentage ten minste verschuldigd zal zijn als de vrouw het geld bij derden zou moeten lenen. Om het bedrag vast te stellen waarover die 4% berekend moet worden is in geschil of alle leningen moeten worden afgetrokken van de waarde van de woning. Het hof is van oordeel dat van de waarde van het huis slechts die leningen mogen worden afgetrokken die betrekking hebben op de aanschaf en verbouwing van het huis. Buiten beschouwing blijven overige schulden waarvoor de woning weliswaar als onderpand is gegeven maar die niet zijn aangewend in het kader van de verkrijging of verbouwing van de woning. Dat deze zijn afgelost met de opbrengst van de woning, is volgens het hof niet relevant. Verder neemt het hof in aanmerking de gemiddelde waarde van de woning gedurende de periode dat de man het exclusieve gebruik ervan had; dus niet de waarde bij de verkoop aan een derde na afloop van die periode. Zie in dit verband ook de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6769, waarin door het hof zonder nadere toelichting een gebruiksvergoeding is berekend van 2,5% van het aandeel van geïntimeerde in de overwaarde van de woning (zie r.o. 6.63). |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2014/107 |
| Permalink to this page | |