Improving treatment strategies in ovarian cancer: Towards individualized patient care
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors |
|
| Cosupervisors | |
| Award date | 18-03-2015 |
| ISBN |
|
| Number of pages | 225 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De inhoud van dit proefschrift richt zich op het verbeteren van de behandeling van vrouwen met een ovariumcarcinoom. Hiervoor hebben we verschillende behandelstrategieën - chirurgisch, chemotherapeutisch en hormonaal - onderzocht die in de huidige praktijk worden toegepast, modellen ontwikkeld die aan de hand van bepaalde patiënt-gerelateerde karakteristieken overleving kunnen voorspellen en geëvalueerd wat de beste diagnostische strategie is voor verschillende typen van ovariumcarcinoom. De resultaten brengen ons een stap dichterbij de optimale behandeling voor de individuele patiënt met ovariumcarcinoom.
Allereerst hebben we een zeldzame vorm van ovariumcarcinoom onderzocht, de granulosaceltumor. We hebben aangetoond dat bij deze patiënten een hysterectomie niet noodzakelijk is, indien er geen endometriumafwijkingen zijn ten tijde van de diagnose. Ook vonden we dat er maar een matig gunstig effect lijkt te zijn van chemotherapie bij patiënten met een irresectabele meetbare granulosaceltumor. Hormoontherapie is echter een tot nu toe nog onderbelichte potentieel werkzame therapie bij patiënten met een granulosaceltumor. Ten slotte hebben we een model ontwikkeld waarmee we de recidief vrije overleving van patiënten met een adult type granulosaceltumor nauwkeurig kunnen voorspellen op basis van de BMI van de patiënt en het klinische stadium, de diameter en de mitotische index van de tumor. Ook hebben we onderzoek verricht naar een meer voorkomende vorm van ovariumcarcinoom, het epitheliale type. We concludeerden dat patiënten met een gemetastaseerde epitheliale ovariumtumor stadium IIIC tot 45 mm meer baat hebben bij primaire chirurgie, terwijl patiënten met stadium IV met meer dan 45 mm meer voordeel hebben van neoadjuvante chemotherapie. Om in de resterende groep te bepalen of een patiënt primaire chirurgie moet ondergaan ofwel neoadjuvante chemotherapie, kan een laparoscopie mogelijk uitkomst bieden. Om hier zekerheid over te krijgen zullen we de resultaten van de LapOvCa studie af moeten wachten om bewijs te verkrijgen over de effectiviteit ervan. |
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Language | English |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |